2007 mag met recht het jaar van Roemenië genoemd worden, en de redactie zag
hierin de perfecte aanleiding om Jan H. Mysjkin en Jan Willem Bos te vragen
een persoonlijke maar presentatieve selectie van moderne Roemeense poëten
en prozaïsten te bezorgen en te vertalen. Deze twee 'smokkelaars van de
Roemeense literatuur' gelden als de absolute experts op het gebied van de Roemeense
literatuur in Nederland en België.
Als inleiding van dit themanummer: een begeleidende interview met Jan H. Mysjkin
(eerder gepubliceerd in het Roemeense dagblad Ziarul de Duminica) waarin
een beknopt overzicht wordt gegeven van het pionierswerk dat Jan H. Mysjkin
en Jan Willem Bos verricht hebben ten dienste van de Roemeense literatuur.
'Ik keek een tijdje naar de zerken, zei in gedachten een gebed voor
hun hemelse rust, liep verder. Naar Morrison, want eigenlijk ben ik voor hem
gekomen....'
De dichter en prozaschrijver Mircea Cărtărescu (1956) wordt beschouwd als de meest
vooraanstaande schrijver van zijn generatie, die bekend staat als ‘de Tachtigers’
(ze debuteerden allen in de jaren tachtig van de vorige eeuw) en voornamelijk
postmodern is geïnspireerd. In Romanian Rhapsody het kortverhaal 'Het
zigeunerzaad'.
‘Als een geslagen hond heb ik van haar gehouden, zoals een zwerver houdt van de vrijheid, zoals een paardendief houdt van het gestolen paard.’ Zo klinkt de liefdesverklaring aan de poëzie door Matei Vişniec
Een constante in het proza van Abãluþã is het opduiken van
een onverwachte gebeurtenis die uit een andere wereld lijkt te komen. Dat kan
gaan van een regenboog in een wasbak tot een invasie door vuistgrote slakken In
Romanian Rhapsody het kortverhaal De affiche.
'Deze bluesgedichten doordrongen van de geur van papier / van de gitaar van Paco de Lucia en van / jouw kracht je te verschuilen achter een clownmasker / zijn precies wat ik me nu heb voorgenomen / niet meer, maar ook niet minder'...'
Na de decemberrevolutie van 1989 was Bănulescu een van de eersten om door middel
van een roman terug te blikken op het recente verleden met Te pup in fund,
conducator iubit! (Ik kus je kont, geliefde leider!, 1994), een roman waarin
hij het amorele en wrede karakter van Ceausescus regime satirisch op de
korrel neemt. In Rhomanian Rhapsody een (afzonderlijk leesbaar) hoofdstuk
uit Bănulescus debuutroman.
Volgens de literatuurcriticus Irina Petras kan al het werk van Aura Christi
poëzie, proza, essays worden opgevat als oefeningen in de beschrijving
van herhaalde en hallucinerende reizen in de verre dieptes van het wezen, en hoofdzakelijk
van haar eigen wezen...
De poëzie van Robert Şerban is geworteld in het leven, soms luchtig, soms
ernstig, maar nooit onverschillig. Want voor de goede verstaander is het duidelijk
dat onder het gras van zijn poëzie, die op het eerste gezicht een vertrouwde
indruk maakt, vaak een venijnig addertje schuilt.
Misschien heeft iedereen gewoon een andere perceptie van unheimlichkeit,
en zagen anderen dus helemaal niets ongewoons aan die vrouw. 'De bloem van
blijdschap' van Alexandra Fenoghen...
'In de literatuur, evenals in de andere kunsten, hebben we massaal de tekens van
het onmiddellijke bestaan ingevoerd, uitlopend op het groteske en het bespottelijke.
Vijf gedichten van Magda Cârneci....
'Over het algemeen vind ik het stompzinnig om je het hoofd te breken over de
omstandigheden waaronder iemand is gestorven. Of, nog erger, om te proberen er
een verklaring voor te vinden. Naar mijn mening riekt dat naar een tijdverdrijf
voor 65-plussers of huisvrouwen'...