Main Page > VERHALEN VAN VERVAL > HAN VAN DER VEGT: De kelken



HAN VAN DER VEGT: De kelken
DEUS EX MACHINA :: Han Van der Vegt

Toen wij aankwamen, gekromd onder de vracht van onze schuld en de schande van onze bezittingen, bleek dat enkelen ons al waren voorgegaan. Op hoge staken, gemaakt uit de vele palen die we in ons vorige leven overal in het landschap hadden neergepoot, of uit de minder zieltogende bomen, verhieven zich hun kelken al, waaruit hun gejammer zwak tot ons doorklonk.

In hun schaduw wierpen we alles op de grond en pakten ieder een grote, nog juist hanteerbare steen. Daarmee beukten we op onze eigendommen in tot er niets van over was dan een vlakke, grauwe koek, opvallend klein van omtrek maar stevig en samenhangend genoeg om ons verdere leven te dragen. Die vouwden we tot onze eigen kelken. Vervolgens zochten we voor onszelf een van de staken uit en klommen met kelk en al naar boven, vastbesloten de grond nooit meer met onze voetzolen te schenden.

In de dagen daarna begonnen zich de contouren van ons nieuwe leven af te tekenen. We lieten onze steeds kariger uitwerpselen drogen en stookten daarmee kleine vuurtjes. We wreven onze huid schoon met de kristallen waarin onze urine stolde. We voedden ons met de enkele bladeren die onze kelk binnendwarrelden, of met de insecten die op het vuil neerstreken. Ons schuldbesef had niet veel nodig om op te teren.

Met hun laatste krachten kaatsten sommigen van ons hun kreten over de kelkranden en maakten hun gedachten aan de anderen kenbaar. We moesten ook de lucht sparen. We moesten ook het afval zijn plek gunnen. Voordat ze hun argumenten uiteen konden zetten, waren hun verschillen in filosofie al gereduceerd tot een uitstel van uren of dagen. We hielden vol.

De zon verhitte het metaal in onze kelken, waaraan wij onze huid brandden, deed het plastic smelten en weglekken. De kou vroor onze huid aan hun oppervlak vast. Stilte en afzondering ondermijnden ons aanvankelijke vertrouwen in elkaar. De geluiden die we opvingen schenen ons de doodskreten van verschalkte dieren toe, het kermen van plantaardig leven, of de laatste reutel van onze metgezellen. De beknelling van onze kelken belemmerde ons denken. Twijfel en waan overwoekerden onze waarneming. Maar we hielden vol.

Onze huid teerde in. Velen van ons hadden het gevoel dat ons lichaam zich aan onze nieuwe overtuigingen aanpaste. We kwamen makkelijker toe met het beschikbare voedsel. Onze stofwisseling belastte de omgeving minder. En hoeveel konden er nog over zijn van ons getal? Was het niet raadzaam te zorgen dat onze moeizaam verworven kennis niet verloren zou gaan? Om te voorkomen dat andere diersoorten dezelfde fouten zouden maken als wij? In het diepst van de nacht, zonder geluid te maken, klommen de eersten van ons hun kelken uit en klauterden naar beneden. Het gras sneed aan onze voeten.

Lees De kelken nog eens na op papier: bestel hier Verhalen van verval.



Print deze pagina  Email deze pagina  Download deze pagina 
Reacties  E-mail updates



UITGEBREID ZOEKEN

KAFKA!
KOERDISCHE LITERATUUR
VERHALEN VAN VERVAL
OPEN SOURCE EN SAMPLING
ROMANIAN RHAPSODY