Melancholie,
een oud zeer

nr. 119 - December 2006

Er waart een spook door Europa, het spook van de melancholie. In de Europese cultuurgeschiedenis was melancholie altijd een grondstroom, en ze is dat nog steeds. Geen wonder dat Parijs en Berlijn onlangs te hoop liepen voor een grote tentoonstelling als Mélancolie, génie et folie de l’Occident, waarin de vinger precies op de wonde werd gelegd. Hippocrates poogde destijds al het begrip te vatten: ‘Als droefenis en angst lang doorwerken, noemen we deze toestand melancholisch.’

Deus ex Machina onderzocht de weerslag van deze fascinerende gemoedsgesteldheid in een aantal literaire teksten en laat een aantal essayisten een persoonlijke blik in de droefgeestigheid werpen. Kris Lauwerys geeft de aftrap vanuit het Oude Griekenland in zijn essay Een oud zeer, Melancholie doorheen de eeuwen. Bruno Tritsmans schrijft over Zwarte nonnen, sfinxen en clowns. Agnes Verlet bewandelt de dunne koord tussen depressie en melancholie in Schrijven tegen het duister. Bjorn Schmelzer schrijft Over Paul van Nevels melancholische klanklandschappen en Michiel Kroese over Herinneringen aan de eeuwigheid.

Enkele hedendaagse Vlaamse schrijvers (en één Nederlandse volbloed melancholicus) werden verzocht om hun gedempte licht te laten schijnen over het Oude Zeer. Erwin Mortier stond voor dit melancholienummer een exclusieve voorpublicatie af uit zijn roman in wording. David Nolens ontkooit het lichaam in zijn verhaal Freejazz van het eenzame lichaam. In Rue Fontaine d’Amour voert Jef Aerts ons mee naar de luwte in het rijk der schaduwen. Annie van Keymeulen traceert in Troostloedertje Gentse herinneringen aan haar vader én Karel van de Woestijne. Guido Van Heulendonk zit dan weer gevangen in Buiten de wereld autobio, een monologue intérieur waarin hij zijn grimmige variant van melancholie botviert. L.H. Wiener, troostrijk schrijver in bange dagen, flaneert van woonplaats naar woonplaats, verliest zich telkens weer in de warme mond van een meisje of een heks, kan overal en nergens aarden, verliest en wordt keer op keer verlaten. En Eriek Verpale wentelt zich in directe poëzie in oude klasfoto’s, kleine meisjes en grote fabrieken.

Dit nummer is geen ode aan de melancholie. Het is eerder een bezwering én een voorzichtige ‘anatomie van de melancholie’, om met Robert Burton te spreken. Met essays en verhalen waar de lezer hopelijk een duister maar troostrijk genoegen aan beleeft. Opgeluisterd werd dit nummer door de Parijse fotograaf Hervé Baudat en de Zweedse schilder Christopher Rådlund.

terug