Generatie Ground Zero.
Amerikaanse schrijvers over 9/11
nr.118 - september 2006
Nelly Reifler Een Plaag vertaald door Greet Michielsen
Nelly Reifler is vijfendertig en woont in Brooklyn. De eerste veertien jaar
van haar professionele leven probeerde ze zoveel mogelijk vrije
tijd te creëren. Ze wilde schrijven. Om te kunnen overleven werkte ze in
een winkel waar ze opwindspeelgoed verkocht of ze liet de hond van Paul Auster
uit. Samen met Auster heeft ze een anthologie uitgebracht met als titel I thought
my father was God, een bundel verhalen die zijn geschreven naar aanleiding van
het beruchte National Story Project. Reifler publiceerde korte verhalen in Pressed
Wafer, Bomb, Black Book, Swivel, Swink, Post Road, Exquisite Corpse, Forida
Review, Sleeping Fish en McSweeneys.
Nelly Reifler Een Plaag
1. We herinnerden ons dat we voordien ook ons leven geleefd hadden, maar we
herinnerden ons niet meer hoe we het geleefd hadden. We herinnerden ons dat
we een soort lichtheid gekend hadden, maar we herinnerden ons ook dat we nooit
geweten hadden dat die lichtheid er was, en we konden ons niet meer herinneren
hoe die lichtheid aanvoelde. We vervloekten onszelf omdat we het gevoel van
lichtheid niet in ons geheugen gegrift hadden.
2. Waar kwam het vandaan? Had het zich verborgen gehouden in de aarde? Had
het eeuwenlang in de bodem liggen sluimeren? Of was het van boven gekomen? Was
het meegewaaid met een donker en zwaar onweer? Of misschien was het uit de bladeren
en knoppen van de boomgaard gesijpeld. Of misschien was het uit de rivier gekropen.
Of misschien was het meegekomen met een vreemdeling. Of misschien...
3. Geen van onze dorpsdokters vader en zoon - wist raad. De jonge werd
plotseling religieus; de oude stopte zijn patiënten vol met nutteloze medicijnen.
Er werd een specialist bij geroepen uit de grote stad, waar die aan het hoofd
stond van een afdeling in een universitair ziekenhuis. De specialist nam de
trein naar het dorp naast het onze. Daar werd hij opgewacht door de messenslijper
in zijn rode bestelwagen. De messenslijper zette de specialist af aan de rand
van ons dorp, waar hij begroet werd door de sheriff en de oude dokter. De specialist
stopte even bij de herberg, net lang genoeg om zijn gezicht met koud water te
verfrissen en zijn schone kleren op te hangen. Toen liep hij met de oude dokter
mee naar zijn spreekkamer, waar de specialist snel een laboratorium inrichtte.
Daarna gingen ze weer op pad. De rest van de middag besteedden ze aan huisbezoeken
bij de getroffen dorpelingen. Toen ze bij het eerste huis aanbelden, glimlachte
de specialist hij was al lang niet meer op huisbezoek geweest, al in
geen twintig jaar meer, rekende hij uit. Zijn glimlach verdween toen hij de
patiënt zag. Laat op de avond bekeek hij de monsters die hij genomen had.
De oude dokter keek toe vanuit een stoel in de hoek terwijl de specialist zich
over de microscoop boog. De specialist hapte bijna naar adem bij wat hij zag
niet van afschuw, maar van bewondering (die twee liggen niet zover uit
elkaar als je denkt). Dit was een organisme van uitzonderlijke schoonheid: bekoorlijk
en beweeglijk danste het op het glazen plaatje, nu eens langzamer, dan weer
sneller; soms zwierde het rond tot het punt dat het in stukken zou breken...
dan hield het stil en rustte even voor het opnieuw begon te dansen.
4. Als je in een val zit, wil je vluchten. Je probeert te vluchten. Maar als
je in een val zit, is er geen ontsnappen aan. Een val is, per definitie, iets
waaruit je niet kunt ontsnappen. We merkten dat de meest ondraaglijke val er
een is waarin niemand je heeft laten lopen. In die situatie is er niemand om
te slim af te zijn, niemand om bij te smeken, en niemand om te haten.
5. Het land floreerde terwijl de mensen wegkwijnden. De aarde was donker en
vochtig. In het vroege voorjaar kon je op een veld neerhurken, één
enkel lichtgroen sprietje uitkiezen en het voor je ogen zien groeien. Tegen
de zomer waren de velden weelderig, de boomgaarden stonden volop in bloei. In
de herfst vielen de overrijpe appelen af. Als ze niet werden meegenomen door
vogels en veldmuizen, rotten ze en verspreidden een zoete, bedwelmende geur.
De levenden keken toe vanuit hun huizen.
Vertaling van A Plague. Gepubliceerd in U. Baer, 110 Stories, New York Writes after September(2002)
Greet Michielsen (°1956) studeerde in 1978 af als licentiaat in de Germaanse Filologie
(E-N) aan de UIA. Na enkele jaren in het onderwijs gewerkt te hebben, o.a. als assistent Nederlands aan de Katholieke
Vlaamse Hogeschool voor Vertalers en Tolken in Antwerpen en als assistent Engels aan de Rijkshogeschool voor Vertalers en
Tolken in Brussel, is ze thans zelfstandig vertaler en maakt vooral ondertitels en commentaarteksten voor de vrt.