The fiction factory.
Cinema op papier.

nr.117 - juni 2006

Vooraf

Als je zou natellen hoe vaak films vertrekken van een literaire tekst en hoeveel boeken er jaarlijks verfilmd worden, zou je ongetwijfeld tot een indrukwekkende lijst komen. Krijgt niet elke bestseller tegenwoordig haast automatisch een cinematografisch verlengstuk? Het blijft een favoriet gezelschapsspel na een bezoek aan zo'n verfilming: was het boek niet beter dan de film?

Juist daardoor is het bijzonder opmerkelijk hoe zelden de omgekeerde weg wordt bewandeld. (Literaire) teksten die zich baseren op films of beeldprojecten zijn de ondergeschoven kinderen van de letteren. Misschien valt het te verklaren doordat dergelijke boeken nogal eens thuishoren in het domein van de pulpliteratuur. De overgrote meerderheid van deze novellisaties (zoals de 'officiële' benaming luidt voor teksten waarin film en andere visuele media werden omgezet in literatuur) behelst vaak niet meer dan een onbezielde, uitgeschreven versie van een filmscript of borduren op een ongeïnspireerde manier voort op een van de verhaallijnen uit de film of op een van de personages. Denk bijvoorbeeld aan de honderden romannetjes zoals Jurassic Park of The Secret Diary of Laura Palmer, gebaseerd op de populaire cult-serie van Twin Peaks. Allemaal voorbeelden van boeken die slechts geproduceerd lijken te zijn als promotiemateriaal of extra merchandising voor de desbetreffende film of tv-serie.

Toch blijft het jammer dat de novellisatie zo'n ondergeschikte plaats inneemt in het literaire landschap, want het is bij lange niet allemaal kommer en kwel. Kijk bijvoorbeeld hoe inventief Jean-Claude Carrière Les Vacances de Monsieur Hulot van Jacques Tati tot een roman bewerkte, of hoe verrassend de Amerikaanse experimentele auteur Robert Coover (die ook in dit nummer vertegenwoordigd is) beeld, geluid en filmtaal van het papier laat spatten in A Night at the Movies. En waarom zou een goede novellisatie niet van een even hoog niveau kunnen zijn als een goede boekverfilming. Juist doordat de novellisatie uitgaat van een vastgelegde visuele bron kan de tekst een interessante confrontatie vormen tussen beeldtaal en taal. Bovendien kan de novellisatie, door beeldtaal en taal tegenover elkaar te stellen, een bewustzijn creëren van de manier waarop wij onze zintuiglijke ervaringen verwoorden en ermee omgaan.

Deus ex Machina was benieuwd naar dit proces en ging resoluut op zoek naar een aantal tendensen in het genre. En zo bleek dat er heel wat aan de hand is in de novellisatiewereld.

Onder de noemer 'The fiction factory. Cinema op papier' biedt Deus ex Machina een beknopte, maar gevarieerde anthologie van literaire film- en scriptbewerkingen en novellisaties. Het geheel wordt erudiet ingeleid door Heidi Peeters en Jan Baetens (medesamensteller van de allereerste grondige studie van novellisaties La novellisation/Novelization. Du film au livre / From Film to Novel) die het genre in kaart brengen. Een drietal essays zorgt voor de nodige duiding, achtergrondinformatie én kritiek. Ook een aantal concrete voorbeelden van novellisaties mocht natuurlijk niet ontbreken. Guido Van Meir selecteerde zelf een fragment uit zijn boek Terug naar Oosterdonk en bespreekt het verhaal achter deze novellisatie van een televisieserie waarvoor hij zelf het script schreef. Redacteur Jan M. Meier licht een fragment toe uit Ivo Michiels' Een tuin tussen hond en wolf, een boek dat constant lijkt te aarzelen tussen roman, film of filmscript. Dirk van Bastelaere becommentarieert in een kort interview de novellisaties uit zijn onlangs gepubliceerde dichtbundel 'De voorbode van iets groots' (ter illustratie kozen we twee gedichten uit deze recente bundel). Uit het al eerder genoemde A Night at the Movies van Robert Coover selecteerden we 'de papieren filmvoorstelling' Naar Lazarus.

Deus ex Machina kon natuurlijk ook de verleiding niet weerstaan een aantal auteurs uit te nodigen zélf een novellisatie te schrijven. Uiteindelijk namen drie auteurs deze duivelse uitdaging aan. De Nederlands-Tsjechische auteur Jana Beranová verzorgde een reeks van zeven gedichten bij 'he Unbearable Lightness of Being, de verfilming van de roman van Milan Kundera die zij twintig jaar geleden zelf in het Nederlands vertaalde. Dichter, essayist en wetenschapper Jan Lauwereyns koos voor Dead Man van Jim Jarmusch. Ook hij tekende voor een korte gedichtencyclus, die door hem zelf van een inleiding werden voorzien. Fran Bambust, een schrijfster met een jarenlange ervaring als scenariste, schreef een originele novellisatie van de Disneyfilm Doornroosje vanuit het verrassende perspectief van de raaf. De focus besluit met een listig 'nawoord' van samensteller Erik Verhaar, gebaseerd op Luis Buñuels Un chien andalou.

En verder hebben we geprobeerd Fiction factory met welgekozen filmstills te verlevendigen.

De redactie


terug