Als je zou natellen hoe vaak films vertrekken van een literaire tekst en hoeveel
boeken er jaarlijks verfilmd worden, zou je ongetwijfeld tot een indrukwekkende
lijst komen. Krijgt niet elke bestseller tegenwoordig haast automatisch een
cinematografisch verlengstuk? Het blijft een favoriet gezelschapsspel na een
bezoek aan zo'n verfilming: was het boek niet beter dan de film?
Juist daardoor is het bijzonder opmerkelijk hoe zelden de omgekeerde weg wordt
bewandeld. (Literaire) teksten die zich baseren op films of beeldprojecten zijn
de ondergeschoven kinderen van de letteren. Misschien valt het te verklaren
doordat dergelijke boeken nogal eens thuishoren in het domein van de pulpliteratuur.
De overgrote meerderheid van deze novellisaties (zoals de 'officiële' benaming
luidt voor teksten waarin film en andere visuele media werden omgezet in literatuur)
behelst vaak niet meer dan een onbezielde, uitgeschreven versie van een filmscript
of borduren op een ongeïnspireerde manier voort op een van de verhaallijnen
uit de film of op een van de personages. Denk bijvoorbeeld aan de honderden
romannetjes zoals Jurassic Park of The Secret Diary of Laura Palmer,
gebaseerd op de populaire cult-serie van Twin Peaks. Allemaal voorbeelden
van boeken die slechts geproduceerd lijken te zijn als promotiemateriaal of
extra merchandising voor de desbetreffende film of tv-serie.
Toch blijft het jammer dat de novellisatie zo'n ondergeschikte plaats inneemt
in het literaire landschap, want het is bij lange niet allemaal kommer en kwel.
Kijk bijvoorbeeld hoe inventief Jean-Claude Carrière Les Vacances
de Monsieur Hulot van Jacques Tati tot een roman bewerkte, of hoe verrassend
de Amerikaanse experimentele auteur Robert Coover (die ook in dit nummer vertegenwoordigd
is) beeld, geluid en filmtaal van het papier laat spatten in A Night at the
Movies. En waarom zou een goede novellisatie niet van een even hoog niveau
kunnen zijn als een goede boekverfilming. Juist doordat de novellisatie uitgaat
van een vastgelegde visuele bron kan de tekst een interessante confrontatie
vormen tussen beeldtaal en taal. Bovendien kan de novellisatie, door beeldtaal
en taal tegenover elkaar te stellen, een bewustzijn creëren van de manier
waarop wij onze zintuiglijke ervaringen verwoorden en ermee omgaan.
Deus ex Machina was benieuwd naar dit proces en ging resoluut op zoek
naar een aantal tendensen in het genre. En zo bleek dat er heel wat aan de hand
is in de novellisatiewereld.
Onder de noemer 'The fiction factory. Cinema op papier' biedt Deus ex Machina
een beknopte, maar gevarieerde anthologie van literaire film- en scriptbewerkingen
en novellisaties. Het geheel wordt erudiet ingeleid door Heidi Peeters en Jan
Baetens (medesamensteller van de allereerste grondige studie van novellisaties
La novellisation/Novelization. Du film au livre / From Film to Novel)
die het genre in kaart brengen. Een drietal essays zorgt voor de nodige duiding,
achtergrondinformatie én kritiek. Ook een aantal concrete voorbeelden
van novellisaties mocht natuurlijk niet ontbreken. Guido Van Meir selecteerde
zelf een fragment uit zijn boek Terug naar Oosterdonk en bespreekt het
verhaal achter deze novellisatie van een televisieserie waarvoor hij zelf het
script schreef. Redacteur Jan M. Meier licht een fragment toe uit Ivo Michiels'
Een tuin tussen hond en wolf, een boek dat constant lijkt te aarzelen
tussen roman, film of filmscript. Dirk van Bastelaere becommentarieert in een
kort interview de novellisaties uit zijn onlangs gepubliceerde dichtbundel 'De
voorbode van iets groots' (ter illustratie kozen we twee gedichten uit deze
recente bundel). Uit het al eerder genoemde A Night at the Movies van
Robert Coover selecteerden we 'de papieren filmvoorstelling' Naar Lazarus.
Deus ex Machina kon natuurlijk ook de verleiding niet weerstaan een
aantal auteurs uit te nodigen zélf een novellisatie te schrijven. Uiteindelijk
namen drie auteurs deze duivelse uitdaging aan. De Nederlands-Tsjechische auteur
Jana Beranová verzorgde een reeks van zeven gedichten bij 'he Unbearable
Lightness of Being, de verfilming van de roman van Milan Kundera die zij
twintig jaar geleden zelf in het Nederlands vertaalde. Dichter, essayist en
wetenschapper Jan Lauwereyns koos voor Dead Man van Jim Jarmusch. Ook
hij tekende voor een korte gedichtencyclus, die door hem zelf van een inleiding
werden voorzien. Fran Bambust, een schrijfster met een jarenlange ervaring als scenariste,
schreef een originele novellisatie van de Disneyfilm Doornroosje
vanuit het verrassende perspectief van de raaf. De focus besluit met een listig
'nawoord' van samensteller Erik Verhaar, gebaseerd op Luis Buñuels Un
chien andalou.
En verder hebben we geprobeerd Fiction factory met welgekozen filmstills te
verlevendigen.