Karel Vanhaesebrouck Het boek beter dan de film?
Over de novellisatie van Witse
Zelden zo'n kleurloze detectiveserie als Witse gezien. Het scenario
stapelt de clichés zonder ook maar een greintje ironie of humor torenhoog
op, de acteurs zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, grijzer dan de lijken
die hun tal van overuren bezorgen. De grote schare fans van de serie mag dan
ook een wonder heten.
Toch werden ondertussen drie reeksen ingeblikt en groeide Hubert Damen, de
acteur die commissaris Witse gestalte geeft, uit tot ster. Daarenboven schakelde
de VRT haar dochtermaatschappij VAR (Vlaamse Audiovisuele Regie) in om een DVD-uitgave
van de eerste en tweede reeks te maken (wie bekijkt nu in hemelsnaam Witse
opnieuw?) en werkte Barbara Hofmann, een pseudoniem voor opiniemaker en multiculschrijver
Tom Naegels (zie onder meer het recentelijk verschenen Los) twee afleveringen
uit tot een novellisatie. Die novellisaties zijn, zo blijkt na lezing van Oog
om oog, het tweede en voorlopig laatste deel van de reeks, om een paar redenen
interessanter dan de reeks zelf. Met het retorische vingertje dat de exegeten
der populaire cultuur af en toe opsteken en dat ons koste wat kost diets wil
maken dat ook dat soort cultuurproducten hoogstaande literatuur zijn, heeft
die vaststelling weinig of niks te maken. Toch kun je niet anders dan vaststellen
dat Naegels gepoogd heeft net een ietsje meer te doen dan een specifieke aflevering
('De Val', elfde deel van de tweede reeks) rechtstreeks in schrift om te zetten.
Dat ook de Witse-novellisaties geen hoogvliegers noch page turners zijn,
heeft dan ook eerder met de lamentabele kwaliteit van het scenario dan met de
novellisator te maken: het is immers moeilijk roeien met halve roeispanen.
Dat een Vlaamse televisieserie genovelliseerd wordt, is niet uitzonderlijk.
Vlaanderen kent een bescheiden maar gevarieerde traditie van televisienovellisaties
- van Schipper naast Mathilde tot Witse - die soms onafhankelijk
van de VRT tot stand kwamen, maar even vaak werden uitgegeven door de VAR, die
sinds 1991 alle VRT-publicaties voor haar rekening neemt. Van filmnovellisaties
daarentegen is in Vlaanderen amper sprake. Dat Tom Naegels, die ondertussen
een indrukwekkend palmares als broodschrijver bijeengepend heeft (zie www.tomnaegels.be),
zijn pen dus voor een dergelijk project leent, is niet uitzonderlijk. Dat hij
dat onder een pseudoniem doet, hoeft evenmin te verwonderen. Een novellisatie
schrijf je voor het geld, niet voor de eeuwige roem. Auteurschap is in die context
een hoogst problematisch begrip. Niet alleen staat Naegels - en met hem vele
anderen - geenszins te springen om dit soort werk aan zijn literaire palmares
toe te voegen, het is ook helemaal niet eenvoudig te weten wat het daadwerkelijke
aandeel van Naegels / Hofmann is. De cover mag dan duidelijk Hofmann als auteur
vermelden, de titelpagina binnenin vermeldt dat de ideeën van Ward Hulselmans
en de scenario's van Bas Adriaensen komen. Een novellisatie is dan ook steeds
een groepswerk, een samengaan van verschillende pennen, die zich elk in een
andere fase van het productieproces manifesteren, maar blijven nazinderen in
het uiteindelijke resultaat. Dat samengaan klinkt poëtischer dan het prozaïsche
eindoordeel: niet alleen Naegels draagt de eindverantwoordelijkheid voor het
magere verhaaltje vol ongeloofwaardige wendingen. Integendeel, meer dan de auteur
bepalen de uitgever en/of de producent de inhoud van zo'n novellisatie: het
geschreven woord wordt opnieuw afhankelijk gemaakt van de opdrachtgever.
Op de cover van Oog om oog staat dus Barbara Hofmann en niet Tom Naegels.
Een belangrijke aanvulling op de eigen literaire pedigree is het immers niet;
de schuilnaam moet dan ook schampere opmerkingen van collega's en critici vermijden.
Een novellisatie van een - soyons honnêtes - bijzonder middelmatige detectiveserie
uit Vlaanderen staat niet bepaald garant voor een fikse portie literaire street
credibility. Als een soort prothese bengelt de novellisatie aan de marketingmachine
van de filmindustrie, zichzelf een weg banend door de periferie van het literaire
veld, in de hoop het leven van serie of film even te verlengen door zelf snel
uit te doven. Toch blijven niet alle novellisaties onder aan de literaire ladder
bengelen. Ook dat specifieke segment van de triviale literatuur kent een eigen
gradatie of interne structurering met high-brow-varianten als Cinéma
van Tanguy Viel, die er niet voor terugschrikken zichzelf los te koppelen van
het origineel. Toch hebben de meeste van die teksten een kenmerk gemeen, welke
vorm ze ook aannemen: ze bestaan enkel in relatie tot andere verwante producten.
Een novellisatie is dan ook in de meeste gevallen een intertekst, een element
in een tekstueel kluwen dat geenszins op zichzelf beschouwd - en beoordeeld
- kan worden. Ze bevindt zich met andere woorden in een intermediaal netwerk
van cultuurvormen (scenario, televisieserie, DVD, novellisatie, enzovoort),
waarin het begrip 'origineel' strikt genomen van geen belang is. De meeste novellisaties
kunnen dus onmogelijk los gelezen worden van het origineel.
Oog om oog is een adaptatie van een scenario, niet van een serie. Dat
suggereert ook het titelblad. Die adaptatie gebeurde, voorzover je dat als kijker/lezer
kunt inschatten, vrij getrouw. Net als het gros van de novellisaties is ook
de verhouding van dit boekje tot zijn 'origineel' dubbelzinnig (zie in dat verband
de inleiding van Jan Baetens en Heidi Peeters): aan de ene kant krijg je op
de cover een expliciete verwijzing naar de serie (een foto van Hubert Damen,
het logo van de televisiezender), aan de andere kant vertoont de tekst zelf
niet meteen een expliciete band met de serie. De tekst zelf, in weinig verschillend
van andere politieromans, getuigt niet direct van een visuele stijl, en een
vertellende instantie, die niet Witse noch een ander personage uit de serie
is, leidt het verhaal in goede banen en beroept zich daarbij vaak op beschrijvingen
die (niet rechtstreeks) in de serie voorkomen. De tekst neemt, in tegenstelling
tot de cover, afstand van de serie, alsof het die band wil ontkennen. Het gros
van de commerciële novellisaties probeert het eigen filmische verleden
te loochenen, high-brow-novellisaties gaan juist heel bewust met dat verleden
om. Voor de lezer van Oog om oog daarentegen is die band steeds aanwezig,
ook in de tekst. Zo schemert de fysieke présence van de acteurs
zoals we die kennen uit de serie, steevast door, hun lichamelijke aanwezigheid
primeert met andere woorden op de invulling door de lezer. Niet Witse zie ik,
maar Hubert Damen, niet Dimitri Tersago, maar Wouter Hendrickx. Hoe groter de
sterrenstatus, hoe nadrukkelijker hun verschijning in de geest van de lezer.
De commerciële marktwaarde van een tv-ster beïnvloedt met andere woorden
rechtstreeks de lezersreceptie van een novellisatie. Stars intoxicate.
Daarenboven krijgen sommige kwinkslagen of details pas betekenis als je de serie
kent. Aan de andere kant legt Naegels af en toe zaken uit die de lezer uit de
serie al weet. Dat de novellisatie vaak een beetje dubbelop is, is dan ook een
gemiste kans.
Op andere plaatsen in het boek maakt Naegels echter wel gebruik van de mogelijkheden
die de serie niet heeft. Zo voegde hij een aantal passages toe waarin hij via
een monologue intérieur de gedachtegang van een personage reconstrueert
of diens mentale universum en twijfel schetst. Helden worden daardoor iets minder
heroïsch, de bad guys iets minder crapuul en iets meer mens. Naegels maakt
op die manier - zij het in bijzonder beperkte mate, hij kan immers niet anders
dan netjes binnen de lijntjes kleuren - gebruik van de mogelijkheid tot introspectie.
Het meest verrassende element in Oog om oog is echter de sluimerende
maatschappijkritiek die hier en daar haast ongemerkt de kop opsteekt. In een
drietal passages schetst Naegels, en passant, het verzuurde Vlaanderen van neergelaten
rolluiken, hogedrukreinigers en dubbele garagepoorten: 'Verder werd de avondlucht
enkel gevuld met het geruststellende, synchrone gezoem van tientallen volautomatische
rolluiken die neergelaten werden voor de nacht. In enkele seconden tijd sloten
ze de bewoners veilig af voor de gevaren van het donker. Binnen werd een laatste
kriek ontkurkt, voor een goede nachtrust. De televisie flikkerde.' (p. 5) Wat
in Naegels' romans vaak tergend expliciet gemaakt wordt (in Los gaan
nogal wat wijsvingertjes de lucht in), komt hier verrassend, temeer omdat de
toon duidelijk afwijkt van de serie. Daarenboven slaagt Naegels erin, ondanks
het weinig geïnspireerde gebruik van een aantal genre-conventies (ruwe
bolster / blanke pit, liefde versus politieplicht), die breed uitgesmeerd worden
in de serie en eveneens breed geëtaleerd worden op de eerste pagina's van
het boek, een humoristische houding tegenover die conventies aan te nemen door
bijvoorbeeld van zijn bad guys slechte imitatoren van Sonny Crocket uit
Miami Vice te maken: hij laat met andere woorden het gedrag van zijn
personages beïnvloeden door fictieve criminelen uit andere series en getuigt
daarmee van een groter genre-bewustzijn dan meestal het geval is bij novellisaties.
Misschien is Tom Naegels dan ook een betere novellisator dan auteur. Misschien
moet hij zich maar eens aan een novellisatie van Temptation Island wagen.
Er zijn vast wel mooie pseudoniemen te verzinnen.
Karel VANHAESEBROUCK (°1978) is als assistent podiumkunsten verbonden
aan het RITS (Erasmushogeschool Brussel) en bereidt aan de Université
de Paris X - Nanterre een proefschrift voor over de opvoeringsgeschiedenis van
Britannicus in Vlaanderen en Frankrijk. Daarnaast is hij redacteur van rekto:verso,
tijdschrift voor kunstkritiek en schrijft hij teksten over theater, literatuur,
popmuziek en fotografie. Hij publiceerde onder meer samen met Ronald Geerts
en Klaas Tindemans Willen jullie in zo'n wereld leven? David Mamet in Vlaanderen
en de wereld (VUBPress, 2005) en met Christian Biet en Paul Vanden Berghe Oedipe
contemporain. Tragédie, tragique, politique (l'Entretemps, najaar 2006).