The fiction factory.
Cinema op papier.

nr.117 - juni 2006

 

Karel Vanhaesebrouck
Het boek beter dan de film?
Over de novellisatie van
Witse

 

Zelden zo'n kleurloze detectiveserie als Witse gezien. Het scenario stapelt de clichés zonder ook maar een greintje ironie of humor torenhoog op, de acteurs zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, grijzer dan de lijken die hun tal van overuren bezorgen. De grote schare fans van de serie mag dan ook een wonder heten.

Toch werden ondertussen drie reeksen ingeblikt en groeide Hubert Damen, de acteur die commissaris Witse gestalte geeft, uit tot ster. Daarenboven schakelde de VRT haar dochtermaatschappij VAR (Vlaamse Audiovisuele Regie) in om een DVD-uitgave van de eerste en tweede reeks te maken (wie bekijkt nu in hemelsnaam Witse opnieuw?) en werkte Barbara Hofmann, een pseudoniem voor opiniemaker en multiculschrijver Tom Naegels (zie onder meer het recentelijk verschenen Los) twee afleveringen uit tot een novellisatie. Die novellisaties zijn, zo blijkt na lezing van Oog om oog, het tweede en voorlopig laatste deel van de reeks, om een paar redenen interessanter dan de reeks zelf. Met het retorische vingertje dat de exegeten der populaire cultuur af en toe opsteken en dat ons koste wat kost diets wil maken dat ook dat soort cultuurproducten hoogstaande literatuur zijn, heeft die vaststelling weinig of niks te maken. Toch kun je niet anders dan vaststellen dat Naegels gepoogd heeft net een ietsje meer te doen dan een specifieke aflevering ('De Val', elfde deel van de tweede reeks) rechtstreeks in schrift om te zetten. Dat ook de Witse-novellisaties geen hoogvliegers noch page turners zijn, heeft dan ook eerder met de lamentabele kwaliteit van het scenario dan met de novellisator te maken: het is immers moeilijk roeien met halve roeispanen.

Dat een Vlaamse televisieserie genovelliseerd wordt, is niet uitzonderlijk. Vlaanderen kent een bescheiden maar gevarieerde traditie van televisienovellisaties - van Schipper naast Mathilde tot Witse - die soms onafhankelijk van de VRT tot stand kwamen, maar even vaak werden uitgegeven door de VAR, die sinds 1991 alle VRT-publicaties voor haar rekening neemt. Van filmnovellisaties daarentegen is in Vlaanderen amper sprake. Dat Tom Naegels, die ondertussen een indrukwekkend palmares als broodschrijver bijeengepend heeft (zie www.tomnaegels.be), zijn pen dus voor een dergelijk project leent, is niet uitzonderlijk. Dat hij dat onder een pseudoniem doet, hoeft evenmin te verwonderen. Een novellisatie schrijf je voor het geld, niet voor de eeuwige roem. Auteurschap is in die context een hoogst problematisch begrip. Niet alleen staat Naegels - en met hem vele anderen - geenszins te springen om dit soort werk aan zijn literaire palmares toe te voegen, het is ook helemaal niet eenvoudig te weten wat het daadwerkelijke aandeel van Naegels / Hofmann is. De cover mag dan duidelijk Hofmann als auteur vermelden, de titelpagina binnenin vermeldt dat de ideeën van Ward Hulselmans en de scenario's van Bas Adriaensen komen. Een novellisatie is dan ook steeds een groepswerk, een samengaan van verschillende pennen, die zich elk in een andere fase van het productieproces manifesteren, maar blijven nazinderen in het uiteindelijke resultaat. Dat samengaan klinkt poëtischer dan het prozaïsche eindoordeel: niet alleen Naegels draagt de eindverantwoordelijkheid voor het magere verhaaltje vol ongeloofwaardige wendingen. Integendeel, meer dan de auteur bepalen de uitgever en/of de producent de inhoud van zo'n novellisatie: het geschreven woord wordt opnieuw afhankelijk gemaakt van de opdrachtgever.

Op de cover van Oog om oog staat dus Barbara Hofmann en niet Tom Naegels. Een belangrijke aanvulling op de eigen literaire pedigree is het immers niet; de schuilnaam moet dan ook schampere opmerkingen van collega's en critici vermijden. Een novellisatie van een - soyons honnêtes - bijzonder middelmatige detectiveserie uit Vlaanderen staat niet bepaald garant voor een fikse portie literaire street credibility. Als een soort prothese bengelt de novellisatie aan de marketingmachine van de filmindustrie, zichzelf een weg banend door de periferie van het literaire veld, in de hoop het leven van serie of film even te verlengen door zelf snel uit te doven. Toch blijven niet alle novellisaties onder aan de literaire ladder bengelen. Ook dat specifieke segment van de triviale literatuur kent een eigen gradatie of interne structurering met high-brow-varianten als Cinéma van Tanguy Viel, die er niet voor terugschrikken zichzelf los te koppelen van het origineel. Toch hebben de meeste van die teksten een kenmerk gemeen, welke vorm ze ook aannemen: ze bestaan enkel in relatie tot andere verwante producten. Een novellisatie is dan ook in de meeste gevallen een intertekst, een element in een tekstueel kluwen dat geenszins op zichzelf beschouwd - en beoordeeld - kan worden. Ze bevindt zich met andere woorden in een intermediaal netwerk van cultuurvormen (scenario, televisieserie, DVD, novellisatie, enzovoort), waarin het begrip 'origineel' strikt genomen van geen belang is. De meeste novellisaties kunnen dus onmogelijk los gelezen worden van het origineel.

Oog om oog is een adaptatie van een scenario, niet van een serie. Dat suggereert ook het titelblad. Die adaptatie gebeurde, voorzover je dat als kijker/lezer kunt inschatten, vrij getrouw. Net als het gros van de novellisaties is ook de verhouding van dit boekje tot zijn 'origineel' dubbelzinnig (zie in dat verband de inleiding van Jan Baetens en Heidi Peeters): aan de ene kant krijg je op de cover een expliciete verwijzing naar de serie (een foto van Hubert Damen, het logo van de televisiezender), aan de andere kant vertoont de tekst zelf niet meteen een expliciete band met de serie. De tekst zelf, in weinig verschillend van andere politieromans, getuigt niet direct van een visuele stijl, en een vertellende instantie, die niet Witse noch een ander personage uit de serie is, leidt het verhaal in goede banen en beroept zich daarbij vaak op beschrijvingen die (niet rechtstreeks) in de serie voorkomen. De tekst neemt, in tegenstelling tot de cover, afstand van de serie, alsof het die band wil ontkennen. Het gros van de commerciële novellisaties probeert het eigen filmische verleden te loochenen, high-brow-novellisaties gaan juist heel bewust met dat verleden om. Voor de lezer van Oog om oog daarentegen is die band steeds aanwezig, ook in de tekst. Zo schemert de fysieke présence van de acteurs zoals we die kennen uit de serie, steevast door, hun lichamelijke aanwezigheid primeert met andere woorden op de invulling door de lezer. Niet Witse zie ik, maar Hubert Damen, niet Dimitri Tersago, maar Wouter Hendrickx. Hoe groter de sterrenstatus, hoe nadrukkelijker hun verschijning in de geest van de lezer. De commerciële marktwaarde van een tv-ster beïnvloedt met andere woorden rechtstreeks de lezersreceptie van een novellisatie. Stars intoxicate. Daarenboven krijgen sommige kwinkslagen of details pas betekenis als je de serie kent. Aan de andere kant legt Naegels af en toe zaken uit die de lezer uit de serie al weet. Dat de novellisatie vaak een beetje dubbelop is, is dan ook een gemiste kans.

Op andere plaatsen in het boek maakt Naegels echter wel gebruik van de mogelijkheden die de serie niet heeft. Zo voegde hij een aantal passages toe waarin hij via een monologue intérieur de gedachtegang van een personage reconstrueert of diens mentale universum en twijfel schetst. Helden worden daardoor iets minder heroïsch, de bad guys iets minder crapuul en iets meer mens. Naegels maakt op die manier - zij het in bijzonder beperkte mate, hij kan immers niet anders dan netjes binnen de lijntjes kleuren - gebruik van de mogelijkheid tot introspectie. Het meest verrassende element in Oog om oog is echter de sluimerende maatschappijkritiek die hier en daar haast ongemerkt de kop opsteekt. In een drietal passages schetst Naegels, en passant, het verzuurde Vlaanderen van neergelaten rolluiken, hogedrukreinigers en dubbele garagepoorten: 'Verder werd de avondlucht enkel gevuld met het geruststellende, synchrone gezoem van tientallen volautomatische rolluiken die neergelaten werden voor de nacht. In enkele seconden tijd sloten ze de bewoners veilig af voor de gevaren van het donker. Binnen werd een laatste kriek ontkurkt, voor een goede nachtrust. De televisie flikkerde.' (p. 5) Wat in Naegels' romans vaak tergend expliciet gemaakt wordt (in Los gaan nogal wat wijsvingertjes de lucht in), komt hier verrassend, temeer omdat de toon duidelijk afwijkt van de serie. Daarenboven slaagt Naegels erin, ondanks het weinig geïnspireerde gebruik van een aantal genre-conventies (ruwe bolster / blanke pit, liefde versus politieplicht), die breed uitgesmeerd worden in de serie en eveneens breed geëtaleerd worden op de eerste pagina's van het boek, een humoristische houding tegenover die conventies aan te nemen door bijvoorbeeld van zijn bad guys slechte imitatoren van Sonny Crocket uit Miami Vice te maken: hij laat met andere woorden het gedrag van zijn personages beïnvloeden door fictieve criminelen uit andere series en getuigt daarmee van een groter genre-bewustzijn dan meestal het geval is bij novellisaties. Misschien is Tom Naegels dan ook een betere novellisator dan auteur. Misschien moet hij zich maar eens aan een novellisatie van Temptation Island wagen. Er zijn vast wel mooie pseudoniemen te verzinnen.

 

Karel VANHAESEBROUCK (°1978) is als assistent podiumkunsten verbonden aan het RITS (Erasmushogeschool Brussel) en bereidt aan de Université de Paris X - Nanterre een proefschrift voor over de opvoeringsgeschiedenis van Britannicus in Vlaanderen en Frankrijk. Daarnaast is hij redacteur van rekto:verso, tijdschrift voor kunstkritiek en schrijft hij teksten over theater, literatuur, popmuziek en fotografie. Hij publiceerde onder meer samen met Ronald Geerts en Klaas Tindemans Willen jullie in zo'n wereld leven? David Mamet in Vlaanderen en de wereld (VUBPress, 2005) en met Christian Biet en Paul Vanden Berghe Oedipe contemporain. Tragédie, tragique, politique (l'Entretemps, najaar 2006).

 

terug