Intercontinental calls
Afrikaanse schrijvers op Europese bodem
nr.116 - maart 2006
Iván Eguëz Dood in Venetië
Vertaling: Stella Linn
Alle duiven van de hele wereld speelden die ochtend met Aldo of hoe hij ook
heten mag ze noemen hem nog steeds de verkoper van vogelzaad voor de duiven
van de San Marco in Venetië dat stenen mangrovebos met zijn aangevreten
oevers van deuren en ramen en boogbruggen zoals op een bruidstaart één
roomblanke massa duiven die stipt op tijd uit alle hemelen komen aanvliegen
om met Aldo of hoe heet hij ook weer te spelen die eenzame aardbewoner daar
alleen op het lege plein tussen stoelen die omgekeerd op de tafels staan aan
de kant geschoven als fiches in een casino wanneer de bank wint en daar zijn
wij evenaarbewoners die altijd vroeg opstaan zodat we geen minuut van het schouwspel
missen wij houden onze ogen met onze vingers wijdopen om het zicht op al die
duiven niet te verliezen zo veel dat de zon in een sjaal van vleugels werd gewikkeld
en die vleugels oksels van de zon werden zwartbehaard net als Aldo die al jaren
van de duiven leeft zoals zij zich op zijn ogen hebben uitgeleefd toen ze die
bij een zigeunerspel jaren geleden uitpikten en sindsdien praat Aldo met ze
en vraagt zeg eens duifje zeg me ragazza waar op welke ster op welke hemeldruif
heb je mijn ogen gelaten toen je ermee wegvloog zeg me eens doffer hoe doe je
dat hoe speel je het klaar om je snavel onder de vleugel van je vrouwtje in
de duiventil te steken om op de Byzantijnse koepels van de San Marco te schijten
om mijn hand met vogelzaad te zien en de hand van de kinderen die straks komen
net als mijn kinderen de zonen van een blinde vader wiens ogen verspreid zijn
over de ogen van deze duivenwolk hier deze drom dit carnaval deze Venetiaanse
maskers met uitsparingen voor de ogen pasklaar voor mijn ogen die toch ergens
moeten liggen laat me je aaien duifje tot mijn kinderen komen die halve wezen
van wie de moeder ook is zoekgeraakt tussen de menigte duiven die op mijn hand
afkomen die wreed om me heen fladderen telkens als ik het vogelzaad in de lucht
gooi als ik vogelzaad de lucht in spuug zoals die weesjes zo praat hij tegen
ze terwijl wij vanaf een arcade op het plein achter de skeletachtige stoelen
ongezien naar Aldo of hoe heet hij ook alweer kijken hoe hij de broodkruimels
en met de te grote trui van de een of andere grote papa aan en de ander die
de kist meezeult met het hele hebben en houden van Aldo en zijn twee oogappels
dat klinkt een beetje als Aldo en zijn twee ogen in Venetië dat nog in
een diepe smaragden slaap ligt en kanaalgeuren verspreidt die hier niet kunnen
komen omdat het hier alleen maar steen is van het plein de stenenzee van het
plein en de duiven rondfladderend als een wervelwind en nu heeft hij een vogel
beet de uitverkorene alsof hij haar wil vragen hem zijn ogen terug te geven
of hem te laten wegvliegen alsof hij haar om vergeving vraagt omdat ze er zo
mooi bij zit alsof hij niet wil maar eigenlijk toch ook weer wel en haar in
haar hals onder haar vleugels kust en met haar snavel speelt door zichzelf zachte
tikjes te geven met de harde wrede snavel met de harde onschuldige snavel van
de uitverkorene omdat de kinderen nu achterblijven en zo dadelijk de toeristen
zullen komen en het onvermijdelijk onontkoombaar onafwendbaar is dat Aldo en
zijn zoontjes niet alleen maar van het vogelzaad leven dat ze aan andere kinderen
of aan jongedames met elke mogelijke huidskleur verkopen zodat die de duiven
uit hun hand kunnen voeren maar dat het onvermijdelijk is en hij kust haar onontkoombaar
is mijn duifje en streelt haar dat jij de uitverkorene bent harteduifje van
me zegt hij zoals de bergbewoners zeggen en dan houdt hij haar even onder zijn
arm geklemd en knoopt zijn overhemd los zodat zij tegen hem aan kan kruipen
en hem vertellen waar op welke ster zijn ogen liggen en hij kent ze allemaal
hij weet welke wit en welke grijs of bruin is zo liefdevol gaan zijn vingers
te werk zijn vingers die de tere botjes van de uitverkorene strelen en haar
hals als een arts bekloppen en dan hard toeknijpen omdat zijn kinderen en hij
vanmorgen zoals iedere morgen de uitverkorene in een pan uit de woonwagen moeten
braden omdat ze toch moeten eten terwijl ze wachten op de dood in Venetië
'Muerte en Venecia' uit Anima pávora, Quito,
Abrapalabra Editores, 1990, p. 71-73.
Iván EGUEZ (°1944) studeerde in zijn geboorteplaats
Quito (Ecuador) en is daar tegenwoordig directeur Cultuurpromotie bij de universiteit.
Hij begon zijn literaire carrière in een groep jonge schrijvers die zich
tegen het establishment keerde. Sinds de jaren 70 heeft hij een aantal
verhalen, gedichtenbundels en romans gepubliceerd. Voor de roman La Linares
kreeg hij een literaire prijs. Criticus Raúl Vallejo omschreef zijn taalgebruik
als poëtisch en barok. Het hier opgenomen verhaal komt uit de bundel Anima
pávora (Quito, 1990) en werd vertaald door Stella Linn. Dit is de eerste
keer dat er werk van Egüez in het Nederlands verschijnt.
Stella LINN (°1961) doceert sinds 1990 vertaalwetenschap
en vertalen (Frans en Spaans) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarvoor werkte
ze drie jaar als vertaalster bij de Europese Unie in Brussel. Linn werkte mee
aan de Ster- en Van Dale-woordenboeken Spaans en vertaalde voor diverse bundels
en tijdschriften (waaronder Deus ex Machina) verhalen en gedichten uit het Frans
en Spaans. Tussen de bedrijven door reisde ze door o.a. Latijns-Amerika. Momenteel
werkt ze aan de redactie van twee congresbundels en een boek over Spaans-Nederlandse
vertaalproblemen.