Intercontinental calls
Afrikaanse schrijvers op Europese bodem

nr.116 - maart 2006

Afrikaanse schrijvers hebben nog steeds de grootste moeite om door te dringen tot de Europese mainstream-literatuur. Nochtans beschouwen ze in veel opzichten Europa als hét ijkpunt voor hun creatieve werk. Deus ex Machina, altijd gespitst op het verkennen van nieuwe mondiale literaturen, wil met dit 'intercontinentale' num­mer aandacht vragen voor deze curieuze situatie. In samenwerking met KVS/Green Light, Passa Porta en Het Beschrijf presenteren we in deze focus een sterke en kleurrijke rits onderbelichte Afrikaanse auteurs. Paul Kerstens koos aangrijpende prozafragmenten van Jean-Luc Raharimanana over verdwaalde individuen die een plek zoeken in een bevreemdende wereld en van Jamal Majhoub over fricties én overlappingen tussen verschillende culturen. 'Intercontinental calls' bevat ook poëzie van Tanella Boni over drie Afrikaanse jongeren die in het lan­dingsgestel van een vliegtuig dro­men van een nieuwe wereld én nomadische teksten van Abdourahman A. Waberi. Tenslotte reikt Nimrod (onlangs nog een van de eregasten op het Parijse Salon du Livre) met zijn poëzie naar de horizon en dwaalt Abdulrazak Gurnah op het ritme van zijn herinneringen. Dit nummer schotelt je verder een gevarieerde oogst inzendingen voor, met gedichten van Richard Pietrass, poëtisch proza van Iván Eguëz en prozastukken van Ulla Vaarnamo en Dome­nico Starnone. Bijzondere aandacht is er voor jong talent als Ellen Van den Bulck en Gerjon Gijsbers, die claustrofobisch en cynisch te werk gaan. Een essay van Yella Arnouts over de nieuwe dichtbundel van Bernard Dewulf speelt in op de actualiteit van de schilder Pierre Bonnard.

terug