Koud Vuur
Nieuwe literatuur uit IJsland

nr.113 - juni 2005


Mikael Torfason
SAMUEL | HET EERSTE BOEK VAN SAMUEL
Romanframent Vertaling: Marcel Otten

Dat wat was is niet meer en wat ik dacht dat waar was is een leugen

1. De kleine prins

Het plafond boven mij is als een reusachtig tv-scherm. Tussen de beelden van uit elkaar gerukte lichamen en huilende kinderen verschijnen verbitterde, gesluierde, oudere vrouwen die iets in het Arabisch schreeuwen. Ik begrijp geen snars van wat ze zeggen, maar ik kan er wel uit opmaken dat ze mijn wereld vervloeken, en ze hebben gelijk natuurlijk. Zij zijn de waarheid en ik ben de leugen. Dat weet ik nu. Daar ben ik pasgeleden achter gekomen en ik ben opgehouden ertegen te vechten. Mijn werkelijkheid is vals en een tijdlang verkeerde ik in de veronderstelling dat ik zelfmoord moest plegen om de rest van mijn leven in waarheid te leven, maar nu zie ik in dat het zo niet werkt. In de dood vind je de waarheid niet. Zelfmoord zou gewoon de leugen in stand houden. Men zou op mijn begrafenis komen, treuren, en de leugen zou blijven bestaan. Er zouden die dag evenveel kinderen van honger omkomen en evenveel kerels zouden zichzelf en hun vermeende vijanden zinloos opblazen terwijl ik in de aarde afdaalde. Als ik een beetje hersens had zou ik beter mijn eigen zelfmoord in scčne kunnen zetten om de mensen te laten zien dat de dood net zo'n grote leugen kan zijn als het leven zelf. Het zou een grotere impact hebben dan een echte zelfmoord. Men zou mij meer haten als ik deed alsof ik mezelf opofferde voor de politieke zaak dan dat ik mijn nagels zwart lakte, naar heavy metal luisterde en een overdosis slaappillen nam. Er is geen grotere zonde dan met zelfverloochening, zelfbedrog op de loop gaan. Je mag iemand vermoorden maar je mag niet doen alsof je iemand vermoordt. Snap je? Het staat je vrij je vrouw te belazeren, de vrouw van je buurman te begeren, te stelen of te liegen. Maar je mag de boel nooit voor de gek houden.
De werkelijkheid is als God. Ooit was Hij levend, maar vervolgens werd Hij ter dood veroordeeld. Men vond het beter om Hem te laten sterven dan te doen alsof Hij niet dood was en vervolgens de leugen van zijn bestaan in stand te houden, zoals men in religieuze sektes doet. Nu is de tijd gekomen voor de volgende moord en dat is het vermoorden van de werkelijkheid. En ik ben van plan mijn bijdrage te leveren aan die moord. Ik ben van plan te doen alsof ik geloof in al dat geleuter. Te doen alsof mijn leven iets waard is. Te liegen omdat dat allemaal onderdeel van mijn leven is. Dat ik mijn eigen god ben en dat datgene wat ik denk dat goed, juist en wenselijk is, ook de waarheid is. En als ze erachter komen dat ik dat allemaal bij elkaar heb gelogen, dan zullen ze er stellig fanatieker op reageren dan wanneer ik ze meteen had verteld dat het gewoon één grote leugen was.
Als je er even bij stilstaat zul je merken dat het absoluut waar is. De werkelijkheid is een leugen. Ik ben zelfs half klaar met een boek over dat onderwerp. Een boek dat de wereld zal veranderen en op zijn kop zal zetten. Ik denk erover om het De krijgers van de woestijn te noemen of Het terroristisch manifest met een knipoog naar Marx en zijn mindere tijdgenoot Baudrillard. Ik zal dan als Lenin zijn en het zal me worst wezen of men vindt dat de kameraden het bij het verkeerde eind hebben gehad. Zij hebben tenminste het onmogelijke geprobeerd: de werkelijkheid in toom houden. Maar ik ben van plan haar te vermoorden. Of haar een handje te helpen met sterven. Ze is natuurlijk net zo morsdood als God, maar je moet de mensen een duwtje geven en ik neem dat op me, omdat ik een van de weinigen ben die uit lijfsbehoud God moest vermoorden. Ooit was Hij mijn waarheid, maar ik heb Hem vermoord.
Ik zal met de werkelijkheid precies zo omgaan: haar zonder scrupules de nek omdraaien. Ik weet echter dat ze een goed leventje leidt op het plafond boven mij. Bij de mensen daarbuiten in de wereld. De Arabieren die de witman uit zijn samenleving wil wegzuiveren. Dat volk begrijpt de werkelijkheid zoals ze is: als niet-werkelijkheid. Dat blijkt in ieder geval als in een of ander tijdschriftartikel aan hen wordt gevraagd hoe ze zich voelen. Ze zeggen dan dat dit geen werkelijkheid kan zijn en ze geloven in feite niet dat het leed dat ze hebben meegemaakt werkelijk is. Ze zijn als de Armenen die door de Turken zijn uitgeroeid en die door iedereen zijn vergeten, of als Hitlers joden van wie iedereen heeft besloten hun herinnering in stand te houden. Men geloofde het toen niet en men gelooft het nog steeds niet. Zo is het leven van de Arabier. Moslims worden op grote schaal afgeslacht en hoewel ze je aan hun bestaan herinneren door overal in de wereld gebouwen op te blazen, geloven de ooggetuigen niet dat het waar is. Zelfs de mensen die hun dierbaren in die twee torens in Amerika hebben verloren, hebben er moeite mee te geloven dat die catastrofe daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Ik ben net zo. Ik word 's ochtends niet eens meer wakker. Heb niet geslapen, maar zit nog steeds rechtop op de bank en merk dat de kleine snotaap om me heen huppelt en springt. Ik zie hem niet en wil liever ook niet naar hem kijken. Ik pak gewoon de afstandsbediening en zet het volume lager, zodat mijn vrouw niet wakker wordt. Dat Kutwijf dat mijn moeder was, tot de Deense huisarts mij pillen voorschreef die me de ogen openden voor wie ik in werkelijkheid ben. Nu kijk ik dwars door al dat geleuter heen en zoek niet langer naar De Waarheid, omdat ik weet dat het een grotere leugen is dan de leugen zelf.
Het is nog niet eens zeven uur op die bank in de woonkamer en ik weet dat ik natuurlijk bij dat Kutwijf van mij had moeten slapen, maar ik had er geen trek in. Gisteravond en vannacht mijn tijd verspild met nadenken of ik moet ophouden met tegen haar te liegen over wie ik echt ben. Misschien moet ik blijven doen of ik haar zoon ben of me gedragen alsof ik haar broer ben en niet een liefhebbende echtgenoot. Ik weet het niet. Misschien dat ik ervandoor ga. Mijn stiefkinderen in de steek laten, degene die naast me op de bank staat te springen en de andere die in haar kamer ligt te slapen, en mezelf laten verdwijnen in de onwerkelijke vrouwenwereld op het plafond. Dat zou misschien het enig juiste zijn, maar ik weet het niet zeker. Kreeg van het IJslandse Rode Kruis ook nul op het rekest om naar het buitenland te worden uitgezonden. Ze zeiden dat ik geen universitaire graad had of een ander niet-bestaand getuigschrift dat ze als dekmantel van hun werkelijkheid willen beschouwen. Het zou natuurlijk het verstandigst zijn om hier in Denemarken te solliciteren en een IJslandse universitaire graad en IJslandse getuigschriften bij elkaar te liegen. Het zou een vervalste waarheid zijn en dientengevolge meer waar dan al het andere. De twee staten zijn met elkaar overeengekomen dat vervalste graden ook waar kunnen zijn en sommige landen worden door Denemarken niet erkend en chirurgen met te donker haar mogen niet eens je handen manicuren, laat staan méér.
Het is zinloos hier te lang bij stil te staan, dus daarom kijk ik naar Isaak en ik zie dat hij glimlacht terwijl hij probeert mee te zingen met de kinderen op de tv, die ik zo nodig zachter moest zetten. We zijn pas verhuisd en het huis is nog halfleeg, dus de muziek van de tv echoot in de woonkamer. Het zijn Deense kinderpopliedjes die ik afgelopen weekend voor mijn kleine onwerkelijke stiefzoon op video heb gezet. Het ergste is nog wel dat ik sommige liedjes oké vind. Mijn toestand is zo hopeloos geworden dat ik die minipopshit nog leuk begin te vinden. Op dit moment zingen een paar 13-jarige Turks-Deense kinderen een liefdesduet met elkaar.
'Ben je al op?' vraag ik half afwezig om maar iets tegen de kleine Isaak te zeggen. Hij is net vijf en ongetwijfeld een van die jongetjes die ontzettend feministisch worden opgevoed om vervolgens later voor homo te worden uitgemaakt. Maar niemand heeft in de gaten dat hij naar de waarheid zoekt en dat hij daar intelligenter mee bezig is dan die gasten die menen het gelijk aan hun zijde te hebben en troost zoeken bij God of in zelfbevestigingsclubjes. Isaak weet wie hij is en de waarheid zit in zijn binnenste en daarom doet hij alsof hij geen jongen is. Dat is voor hem de enige manier om de werkelijkheid trouw te zijn.
'Ja, ik was als eerste wakker.' Hij springt nog steeds in de rondte en probeert met de Denen mee te zingen. Hij heeft geen flauw benul van de tekst, maar hij heeft een griezelig perfecte uitspraak van het Deens. Ik kan mijn stem niet zo fraai forceren, ook al concentreer ik me nog zo goed. Zijn uitspraak is ongelooflijk en in feite niet te bevatten. Ik heb vele, vele jaren geleden thuis op IJsland Deens geleerd, maar ik spreek het nog steeds uit als de eerste de beste Arabier. Ja, we wonen in Denemarken zoals alle andere arme sloebers die hierheen zijn verhuisd om de riante invaliditeitsuitkering te incasseren.
'We moeten zachtjes doen om mama niet wakker te maken,' zeg ik, gooi het dekbed van me af en sta op van de bank. Vraag me af of hij het raar vindt dat ik 'mama' heb gezegd, maar hij laat niets merken. Hij doet liever gewoon nog steeds alsof hij een meisje is, gevangen in een lichaam met een piemeltje in plaats van een kutje. Dus ik zet dat idee uit mijn hoofd en wend plotseling mijn blik naar de oude Arabische vrouwen op het plafond die samen met hun zonen en broers op de Amerikaanse vlag spugen en hem in brand steken. Ze spugen op de leugen van de witman, maar ze hebben niet door dat we al een gewelddadig pact tegen hen hebben gesloten. Als we dat niet hadden gedaan, zouden we geconfronteerd worden met een eigen massamoord op de buitenlanders in de getto's een paar deuren verderop. Dat is de politieke oplossing die wij bedenken voor de problemen in de wereld, omdat we er niet mee geconfronteerd willen worden dat onze wereld dood en begraven is. Ik las er laatst over in de krant. Dit is mijn graf. Hier rust ik in vrede.
Ik draai de geluidloze beelden op het plafond weg en kijk om me heen. Voorlopig moet ik doen alsof de leugens en het bedrog waar zijn. Het zou een grote misdaad zijn als het me geen hol kan schelen en ik zou worden gedwongen nog meer pillen te slikken die het Kutwijf nauwgezet mijn strot in duwt. Ze krijgt me echter niet zover dat ik slaappillen slik. Geen sprake van. Ik wil wakker zijn als ik wakker ben en slapen als ik slaap. Als mijn lijf niet wil meewerken wanneer ik op bed ga liggen om te slapen, dan lach ik het uit en zeg: 'Als je niet wilt slapen, blijf dan wakker. Wat zou 't? Het kan mij geen ene rotmoer schelen of je wakker bent of slaapt. Jij bent geschapen om acht uur te slapen, niet ik. Na twee weken waken moet ik eerder om je lachen dan dat ik de zenuwen krijg omdat jij niet slaapt.'
Ik ben er trouwens niet zo zeker van dat slapeloosheid slecht is. Niet als ik erachter wil komen wie ik ben. Nee, ik zal nooit slaappillen slikken en mijn lichaam dwingen om te gaan slapen. Ik laat me liever helemaal gaan, kijk niet meer om me heen en vind het niet meer raar dat mijn computer daar staat samen met al mijn andere spullen in mijn gloednieuwe woonkamer. Het voelt een beetje alsof ik in ons oude appartement op bed ben gaan liggen en wakker word in een nieuw huis. Hetgeen nogal absurd is omdat ik niet heb geslapen sinds ik hierheen ben verhuisd. Snap je hoe verwarrend dat is? 's Nachts slaap ik niet en toch lijkt het alsof ik elke ochtend hier voor de eerste keer wakker word. Ik krijg gewoon geen greep op de nieuwe waarheid van onze verhuizing. Was eigenlijk helemaal gewend geraakt aan dat flatje in de huurkazerne waar we vroeger woonden. Nu wonen we praktisch aan de rand van de stad in die klote keet die het Kutwijf met alle geweld wilde kopen, omgeven door biologisch-dynamische boerderijen en meer van zulk geouwehoer.
'Ik moet plassen, Sammi. Wil je hem op pauze zetten?' vraagt Isaak terwijl hij door blijft huppelen.
'Nee, zet hem zelf af. Je moet naar de kleuterschool,' zeg ik en ik neem kennelijk mijn eigen woorden niet serieus, want ik zet zowel de tv als de video voor hem uit. 'Sammi, ik moet ook poepen.' Hij kondigt altijd alles aan wat hij gaat doen.
We gaan de woonkamer uit. Alle spullen staan nog steeds in stapels kartonnen dozen. Het Kutwijf kreeg de lumineuze ingeving om van de andere meisjes die in de thuiszorg werken de nachtdienst over te nemen, ofschoon ze nog steeds ziek is. Het werk is niet zwaar maar zo nu en dan moet een of ander oud wijf of een gebochelde midden in de nacht naar de plee en dan rijden ze naar hun huis en het Kutwijf rent dan naar binnen, klopt op de deur en probeert haar stem zo te forceren dat ze als een Deense klinkt. Ze wringt zich in allerlei bochten om het laatste restje IJsland in haar te verdelgen, want ze wil een Deense worden. Ze slaagt daar in zoverre in dat de paranoďde Jutlanders haar accent door de deur heen horen en hysterisch worden, omdat ze ervan overtuigd zijn dat de Arabieren zijn gekomen om ze te verkrachten of ze te dwingen met hun neven te trouwen. Dan moet ze bekennen dat ze IJslandse is en wij zijn hier in Jutland een kleinere bedreiging, dus ze mag dan binnenkomen en bij gelegenheid wil een imbeciel een praatje maken over de Onafhankelijkheid, de vroegere presidente Vigdís Finnbogadóttir, de oude saga's of Björk.
Het Kutwijf heeft op z'n hoogst drie uur geslapen en ik heb er geen behoefte aan haar te zien, dus ik klop uiterst voorzichtig op de deur van mijn stiefdochter en ik hoor hoe mijn troeleke wakker wordt. Ik kan een hoop over haar en de imbeciliteit van dat twaalfjarige schepsel vertellen, maar ik volsta ermee dat ze ijverig en betrouwbaar is. Dat maakt alles goed, als het ware.
Ik zeg haar door de deur heen zich aan te kleden en te ontbijten zonder haar mama wakker te maken en ga met Isaak naar het toilet. Help hem zijn broek omlaag te trekken en zet hem op de pot. Ik weet niet waarom ik dat doe. Hij kan zich heel goed zelf redden, maar ik ben er en heb niets beters te doen. Oké, ik moet naar de badkamer en de douche op de juiste temperatuur instellen. Ik veeg Isaaks billen af en zeg dat hij dezelfde kleren als gisteren moet aantrekken. Die zijn nog wel in orde. Ze waren niet zo erg vuil.

Mikael Torfason (°1974) is een van de meest veelbelovende, getalenteerde en veelzijdige hedendaagse schrijvers in IJsland. Hij is ook werkzaam als programmamaker bij radio en tv, als journalist en filmregisseur.


 

terug