Zoals ze meppen met hun rackets
van grote gevoelens, hoe harder hoe liever,
alle snaren ten zeerste gespannen,
de bal nog net binnen de lijnen,
zo gaan ze zich te buiten aan elkaar:
love – fifteen, love – thirty, love – forty.
Ze pakken elkaar tegenvoets, onderhands,
onwillekeurig waar niemand het verwachtte.
Na jaren staat het veertig gelijk:
steeds meer buiten adem en buiten de tijd
spelen ze smerig en slaan elkaar soms
de bal recht op het lijf.
Wat blijft van dichtbij is het gesteun
van degenen die zich verzetten - waartegen? -,
van veraf het troostend getok van dit tennis,
hun aandoenlijk bestaan en bewegen.
Zomerjurk
Je zomerjurk had iets met woorden
als amper en nauwelijks, met een
minimale grammatica waarin je
lichaam zich lenig verboog en vervoegde.
De halsuitsnijding was een koppelwerkwoord,
hield voorzichtig het midden tussen aan-
en afwezig, tussen vermoeden en
wellicht willen weten.
Maar onovergankelijk was de zoom
en wendbaar als water, tegelijk open
en gesloten, zoals de laatste regel
van deze strofe waarin jij ligt,
uitgestrekt in het tegenlicht van een gedicht.
Koen Sneyers (°1962) woont sinds 1990 in Catalonië. Hij is leraar Engels aan de Escola Oficial d'Idiomes in Lleida.