Koud Vuur
Nieuwe literatuur uit IJsland

nr.113 - juni 2005

Gerður Kristný Poëzie

Vertaling: Roald van Elswijk

Wak

Drijfijs in je ogen
rijp in je hart

je handen
ongetemde sledehonden

boven ons
balanceert de maan
te midden van sterren

schietschijf
omgeven door gaten
van verdwaalde pijltjes

 

Gebed

Denk nog aan je terug
voor ik slapen ga

soms
zeg ik een gebed
waarin alleen jij voorkomt
en dromen over een minuscule boot

Denk ook nog aan je terug
wanneer ik het mes slijp

weet dat de kortste weg
naar het hart van een man
direct door zijn borstkas
gaat

 

December

Dus dit is het leven
waartoe alle andere levens leidden
de ochtend zwart van duisternis
donkerder dan die
waarin ik ging slapen

je twijg en staf
opgeheven ten aanval

het geruis boven mijn hoofd
vanaf het eerste ogenblik

Een dekbed is dan een voordeel
een omhelzing helemaal

 

God

Wanneer ik sterf
snij dan
uit mijn tanden
bijtende vorst

maak fluitjes
van mijn botten
en speel daarop gehuil in de wind

Tot die tijd denk je aan jezelf terug
door glans te strooien
over vers gevallen sneeuw

Boven mij zweeft
je beschermvleugel
hij heeft geen
veer laten vallen

 

Erfenis

Ik erf niet veel van mijn oom

mijn boeken
met domme dedicaties
en een oude foto
van een allang overleden familielid

een opgewekte jongen
stuurt een tractor door de wei
in zwart-witte zonneschijn

De schade heeft zich nog niet
in zijn hoofd genesteld
en het ziet er niet anders uit
of hij moet nog
veel weilanden hooien

Toen hij wegging
bleef er een naam achter
die iedereen graag
weer wilde noemen

uiteindelijk kwam hij bij mij terecht

Geen kleinigheid
wanneer alles al gezegd is
nu heb ik die naam
en mijn boeken
met domme dedicaties

Gerður Kristný (°1970) behoort tot de opvallende nieuwe lichting IJslandse auteurs en evenals haar generatiegenoten is zij een veelschrijfster en bijzonder succesvol.

 

terug