Jonge Turken
Een nieuwe generatie Turkse auteurs

nr.112 - maart 2005

Bejan Matur
Vertaling: Ireneus Spit

Gods kindertijd

De plek waar een mens steeds weerkeert
Dat is zijn kindertijd.
De ochtendoproep leert
Deswege
Moslims
Gods zegen.
Gods kindertijd
Begint bij zonsopgang
Met het herdenken van de doden.
En moeder sterft
Bij de gebedsoproep sterft moeder
Elk kind op wie zijn zegen rust
Denkt aan God.

Een taal hebben de stenen.
's Ochtends in de regel
Liggen zij op de grond
Nat en vredig
Als vrouwen vochtig van binnen
En verslapte, moede mannen
Ineengekropen slapen
In de hoop gezegend te worden.

Dat alles is gebeuzel.
Als je het mij vraagt
Een zware stank van urine
Karaffen met een slanke buik
De flanellen onderbroek
Van vrouwen, die naar hun natte liezen ruikt.
Hier
Begint de dag
Met het verdriet van een niet woord geworden stem.
En er wordt gezegd:
Hou van Uw lot
Heb Uw lot lief
En noem het leven
Een zoet toeval.

Een zware stank van urine
Karaffen met een slanke buik
Het flanellen ondergoed van vrouwen, dat nat is van hun liezen
En de schimmelvoeten van mannen.
Het schemerwater in de fontein van de moskee:
Het druipt
En druipt.
In de witheid van de handen schuilt de dood
In de bocht van het lichaam.
In het vocht van mijn innerlijk
Dat trilt als ik mijn man wil

Ik ben alles vergeten.
Waar ik vandaan kom
Mijn moeder, mijn vader
De gang naar de begraafplaats.
De eik is daar gebleven moederziel alleen
De eik die van de doden daar de dood het best verklaart.

Waar een boom ook staat
Daar lijkt hij op.
Verschilt een eik bijvoorbeeld
Van de stenen aan de Middellandse Zee
Waar hij tussen staat?
Een cipres is het slappe koord van het laatste ogenblik
Waarop de doden stilvallen met een donkere snik.
De treurwilg een wilg in rouw
Zijn innerlijk gegrepen door het water, kwetsbaar.
Alles lijkt op dat waarnaar het kijkt.
*
Ik zal op mijn moeder lijken
En op mijn vader uiteraard.
En op de kat in het huis van mijn oudtante.
Stellen wij ons deze aarde niet samen met de zeeën voor
Dan maken wij een fout.
Het was een eerste ogenblik dat de wereld deed ademen, dat de zeeën schiep.
Het was een woede, die de bergen schiep
Aldus de eerste boeken.
Elke taal heeft lang, lang
Vóór zichzelf al een leven.
En daarover
Spreken enkel deze boeken.
Zwijgend kijken wij
Zonder het ons te herinneren.
De dichters snappen er in wezen geen snars van
De wereld heeft een pijn die kind gebleven is
En dat treedt in de oproep aan de dag.
Gods zegen rust op al de doden
Iets als liefde wordt een mens bewust
Hij leert terug te keren
Zich te bevrijden van de grond
Door almaar weer te keren
Met een waarheid gefluisterd tot woestijnbewoners
Verdort de aarde
*
Wat je een rivier noemt verdwijnt in de woestijn.
Wat je een rivier noemt verbergt haar aarde.
Wie het niets beschrijft begrijpt het niets.
Zich in het niets hullen dat eerste ogenblik.
Ik ken een rivier
Zij verdwijnt
In de begerige maag van een woestijn.
Het is zonneklaar wellicht,
Het meer dat het dichtst bij haar ligt
Houdt haar schuitjes in zich vast
Slikt haar slib in.
Maar ze weet
Als een meer haar water inslikt
Ontheemdt ze.
Als een meer haar vissen inslikt
Donkert ze.
Zonder al de meren van de aarde te kunnen zien
Zullen we sterven.
Wat bitter.
*
De rust die met zonsopgang komt
De weeën van zonsondergang
Zijn jou vreemd.
Zeg eens,
Jij bent niet de meester van de ochtend
Dat is niemand.
De weg is van wie weggaat
De dag van wie terugkomt
De poëzie is van het leven
En van wie ziet.

Gods zegen
Ruste in het land der moslims
Op de doden, door dat te zeggen
Laat die de dag bloeden.
De kindertijd van een mens begint met de dood van zijn moeder
De kindertijd houdt nooit op voor wie zijn moeder verliest.
Zeg eens,
Jij bent niet de meester van de ochtend
Dat is niemand.
Ik ben moe
Van het kijken met bebloede adem
Niemand is van niemand.

 

uit Tanrý Görmesin Harflerimi (1999)

Bejan MATUR (°1968) werd geboren in Oost-Turkije in een provinciestad waar veel alevitische Koerden leven. Behalve de artikelen over kunst die ze van tijd tot tijd voor een internetkrant schrijft, houdt ze zich uitsluitend bezig met poëzie.

terug