Bejan Matur (°1968) werd geboren in Oost-Turkije in een provinciestad waar veel
alevitische Koerden leven. Haar middelbare school doorliep ze ook in het
oosten, in Antep. Nadat ze afstudeerde aan de juridische faculteit van de
universiteit van Ankara werd ze advocaat. Tegenwoordig is ze echter niet
als advocaat werkzaam. Behalve de artikelen over kunst die ze van tijd tot
tijd voor een internetkrant schrijft, houdt ze zich uitsluitend bezig met
poëzie. Met de bundel Van wind vervulde landhuizen maakte ze in
1997 haar verrassende debuut en vestigde ze meteen haar naam als een
intelligent en origineel dichter. Ze publiceert tegenwoordig regelmatig in
verschillende literaire bladen. De stijl van haar gedichten is anders dan
die van haar generatiegenoten en wijkt sterk af van de in Turkije
gebruikelijke tradities en uitdrukkingswijzen. Met haar eerste bundel won
ze twee belangrijke literaire prijzen. Haar tweede bundel Laat God mijn
letters niet zien kwam dit jaar uit. Matur groeide op met het
Koerdisch, dat jarenlang officieel verboden was en waarvan het gebruik ook
nu nog altijd onderdrukt wordt, en het Turks, dat ze op school leerde.
Haar gedichten schrijft ze, zoals veel dichters van Koerdische afkomst, in
het Turks, hoewel de klanken en het ritme van haar moedertaal wel
belangrijk voor haar poëzie zijn, zoals ze zelf zegt. Volgens Matur is het
misschien wel een voordeel om in het Turks te schrijven, omdat de poëzie
haars inziens 'een dode taal' vereist. Levende talen wekken de indruk dat
ze het leven kunnen beschrijven. De poëzie is de vertaling van een
beleving van voor de taal en buiten de taal, zij schept iets wat niet door
de taal omvat wordt. Maturs taal is geworteld in de eenzaamheid die
ontstaat wanneer je denkt in de niet-tijd van de poëzie; ze heft een
klaaglied aan voor het verlorene, op het ritme van een verloren taal. Haar
verbeelding heeft de kleur van het provinciale leven in het oosten van
Turkije. Publicaties: Van wind vervulde landhuizen (1997),
Laat god mijn letters niet zien (1999), In zijn woestijn
(2002), Zonen grootgebracht door de maan (2002). In 2004 verscheen
een keuze uit haar gedichten in Engelse vertaling onder de titel In the
Temple of a Patient God.
Aslı Erdoğan (°1967) publiceerde twee romans en een bundel korte verhalen. Daarnaast
verscheen een selectie uit de deels politieke columns die ze in de periode
1998-2001 voor het dagblad Radikal schreef. Veel van haar literaire
werk is gesitueerd buiten Turkije, in landen waar ze voor haar werk als
natuurkundige verbleef, of waar een van haar reizen haar heen voerde. Haar
meest recente roman, Kırmızı pelerinli kent (Stad in scharlaken
cape), die onder andere in het Frans is vertaald, speelt zich af in Rio de
Janeiro en beschrijft indringend de omzwervingen van een Turkse vrouw in
deze stad vol gekte, chaos en dood, haar observaties van zichzelf en haar
omgeving en haar pogingen een boek te schrijven. Het is Erdoğans meest
beeldend en poëtisch geschreven verhaal tot nu toe. Voor het verhaal
'Houten vogels' ontving ze in 1997 de eerste prijs in een Turkse
literatuurwedstrijd van de Duitse radiozender 'Stem van Duitsland'.
İlhan Berk (°1918) publiceerde sinds 1935 meer dan 20 poëziebundels. Hij studeerde
Frans in Ankara. Tussen 1945 en 1955 werkte hij als leraar Frans en
vertaler in verschillende steden in Anatolië. Hij vertaalde Rimbaud,
Saint-John Perse en Apollinaire in het Turks. Tot 1950 schreef hij
realistische gedichten waarin hij maatschappelijke problemen aan de orde
stelde. In deze gedichten gebruikte Berk het dynamische leven van de grote
stad als decor en schreef hij, zoals hij het zelf formuleerde, een poëzie
'gebaseerd op het gesproken woord'. Berks dichtbundel Meer van
Galilea, die in 1958 uitkwam, luidde een periode in van een meer
experimentele poëzie. Deze werkwijze zet Berk nog altijd voort. Naast vele
dichtbundels publiceerde hij vele geschriften en aantekeningen over het
ontstaansproces van zijn eigen poëzie. Hij was een van de oprichters van
de İkinci Yeni, de Tweede Nieuwen, die vergeleken kunnen worden met de
Vijftigers in Nederland. Voor Berk is alles materiaal voor de poëzie: de
natuur, de geschiedenis, het dagelijks leven, de Middeleeuwen, Istanboel;
en dit materiaal is slechts van belang voor zover het tot poëzie leidt.
Zoals Berk het zelf zegt: 'Voor een dichter is de natuur een boek, om het
even welk. Een boek dat geleerd en vervolgens weggegooid zal worden. Wat
een kunstenaar maakt is een andere natuur. Dat is het werk van menselijke
activiteit, van het menselijk verstand, van de hand van een creatieve
mens.' En elders: 'Ik krijg nooit genoeg van de vertelling. De
geschiedenis van de poëzie is niets anders dan de geschiedenis van de
taal, van de techniek. Ik ga uit van de techniek, van de taal, het gebruik
van de taal. Betekenis is mijn hele leven een probleem voor mij gebleven.
Ik heb steeds geworsteld met de taal, met betekenis. Wat betekenis betreft
ben ik net als met de taal en de techniek bij nul begonnen, ik heb haar in
haar meest naakte vorm genomen en geprobeerd haar tot uitersten te
brengen.' In 2004 is zijn verzameld werk van ongeveer 2000 pagina's
uitgegeven. In vertaling verschenen: Estambul (Madrid, 1988);
Histoire Secrète de la Poésie (Paris, 1991); Poemas (Madrid,
1992); Rio Hermoso (Madrid, 1995); Selected Poems (New York,
2004).
Adalet Ağaoğlu is in 1929 in Konya geboren. Zij studeerde Franse Taal en Letterkunde
aan de Universiteit van Ankara. Tussen 1950 en 1970 werkte ze bij de
publieke omroep Turkse Radio en Televisie (TRT). Zij nam ontslag als
afdelingshoofd van het radiodepartement was toen de staat een einde maakte
aan de autonomie van de omroep. Adalet Ağaoğlu begon haar literaire
carrière als scenarioschrijfster. Na 1970 publiceerde zij de romans en
verhalenbundels die haar tot een van de bekendste schrijvers van Turkije
zouden maken. In haar triologie Dar Zamanlar (Benauwde Tijden)
beschreef ze de sociale transformatie van Turkije tussen de jaren 1950 en
1970. Ze heeft bijna alle belangrijke Turkse literaire prijzen gekregen.
Haar roman Curfew: A Novel is verschenen bij University of Texas
Press in 1997.
Mehmet Çetin werd in 1955 in Dersim geboren. In de jaren zeventig begon hij
gedichten en korte verhalen te schrijven. Terwijl Çetin een studie aan de
universiteit volgde, werd hij om politieke redenen gearresteerd en zat hij
tussen 1981 en 1990 een gevangenisstraf uit. Inmiddels zijn vijf
poëziebundels en boeken met korte verhalen van zijn hand verschenen. Het
werk van Çetin, die zijn gedichten in het Turks en de Koerdische taal
Kurmançi publiceert, is ook in verschillende andere talen vertaald. Sinds
1996 is de dichter in het algemeen woonachtig in Amsterdam.
Nesan Erdoğan werd in 1964 geboren in Elazığ in Kurdistan (Turkije). Hij kwam in 1985
naar Nederland en woont sinds die tijd in Rotterdam, waar hij in 1994 met
dichten is begonnen. Hij schrijft in het Turks en wordt vertaald door
Sytske Sötemann. Hij publiceerde in enkele Turkse en Nederlandstalige
literaire tijdschriften en nam deel aan poëzieprojecten. Sinds 2001 is hij
opgenomen in het Fonds der Letteren. Bij diverse gelegenheden las hij voor
uit eigen werk, ondermeer tijdens Poetry International, Poëzie in de
Consul te Rotterdam, Turks-Nederlands poëziefestival in De Balie te
Amsterdam – waar hij in 2001 de eerste prijs van de jury won –, Dunya en
Gedichtendag(en).
Hasan Ali Topta is in 1958 in Denizli geboren. Hij is van eenvoudige komaf. Zijn moeder
was huisvrouw en zijn vader chauffeur. Hij werkte als ambtenaar op
verschillende belastingkantoren, later werkte hij bij het ministerie van
Financiën in Ankara, terwijl hij in de avonduren aan zijn romans werkte.
Er zijn drie verhalenbundels van hem uitgegeven en vier romans, waarvan de
laatste Bin Hüzünlü Haz (Plezier met Duizend Zorgen) heet. Hij
kreeg meerdere literatuurprijzen voor zijn boeken. Zijn grote voorbeelden
binnen de Turkse literatuur zijn Oğuz Atay, Bilge Karasu en Yusuf Atılgan
en binnen de wereldliteratuur Kafka en Milan Kundera. Doordat hij in zijn
werk speelt met de grenzen van taal en stijl zou je hem postmodernist
kunnen noemen. Zijn buitengewone plots trekken de lezer in een
fantasiewereld. Indirect behandelt hij maatschappelijke problemen zoals
het huwelijk, de werkloosheid, de druk van de grote massa op het individu,
door ze in het individu te verankeren. Hoewel hij geen makkelijke boeken
schrijft heeft hij een groot lezerspubliek.
Enis Batur (°1952) In Parijs voltooide hij de universitaire opleiding waarmee hij
in Turkije was begonnen. Zijn eerste poëziebundel, Een middeleeuwse
eenzaamheid, werd in 1973 gepubliceerd. Batur, bekend om zijn enorme
productiviteit, heeft ongeveer twintig poëziebundels geschreven en van
zijn hand zijn bovendien meer dan vijftig boeken verschenen met essays en
literaire kritieken. Mondale, Mallarmé, Char, Montaigne, Céline, Barthes
and Rilke hebben zijn ontwikkeling beïnvloed. Zijn poëzie heeft een hoog
intertekstueel gehalte, waarbij hij in gelijke mate gebruik maakt van
islamitische mythologie, oosterse literatuur, Anatolische mystiek en de
Franse 'poètes maudits'. Zijn bundels die tussen 1973 en 1987 verschenen,
werden onder de titel Geschriften en zegels opnieuw uitgebracht. In
1997 publiceerde hij zijn beroemdste bundel, Oost-West Divan en in
1996 onder de titel Opera 1-4004 zijn prozagedichten. Een keuze uit
zijn gedichten verscheen in het Italiaans in twee bundels met de titels:
Scritti e sigilli: 1973-1990 (1992), Imago Mundi (1994).
Voor dit laatste boek ontving hij de poëzieprijs Sibilla Aleramo. In het
Frans verscheen in 2000 La Sacrophage des Pleureuses en in het
Perzisch werden achtereenvolgens twee bundels gepubliceerd in 1996 en
2000. In Turkije heeft hij jarenlang leiding gegeven aan de belangrijke
Uitgeverij Yapı Kredi voor Kunst en Cultuur. Onder zijn redactie
verschenen klassiekers zoals Canterbury Tales, Vita Nuova,
Ulysses en A la recherche du temps perdu in Turkse
vertaling. Volgens de vooraanstaande literatuurhistoricus T.S. Halman is
Batur onder de auteurs van zijn generatie degene die het meest
intrigerende literair bewustzijn heeft. In velerlei opzichten is hij
volgens Halman bovendien een ideaal symbool en woordvoerder van de
culturele synthese die in Turkije wordt nagestreefd.
Roni Margulies (°1954) beschrijft zichzelf als een 'politiek activist, dichter en
econoom'. Hij groeide op in een joods gezin in Istanboel. Na de middelbare
school in Turkije te hebben doorlopen, studeerde hij economie in
Groot-Brittannië. Margulies, die zich na zijn afstuderen in Londen
vestigde, verricht zijn activiteiten op het gebied van poëzie, kritiek en
vertalingen voornamelijk in Turkije. Zijn eerste bundel, Iedere
levensgenieter weet het, kwam in 1991 uit. Daarop volgden nog vijf
bundels. In 1994 verscheen een bundel met gedichten over de levens en
belevingswerelden van de moderniserende Ottomaanse intelligentsia.
Margulies werd door de poëzierecensies die hij in Turkse literaire
tijdschriften schreef bekend als een scherp polemicus. De vertalingen die
hij maakte van het werk van Ted Hughes, Philip Larkin en Yehuda Amichai
zijn verzameld in drie bundels. Onlangs vertaalde hij Birthday Letters van
Ted Hughes. Margulies put voor zijn gedichten uit het dagelijks leven en
historische gebeurtenissen. Hij schrijft vaak over het grootstedelijke
dagelijkse leven in Istanboel. Zijn gedichten zijn verhalend en geschreven
in een heldere taal. Volgens Margulies is 'alle poëzie verbonden met
positionering: met het kiezen van een positie tegenover de wereld, met
commentaar leveren en het maken van kanttekeningen bij het weefsel van
gebeurtenissen waaruit mensenlevens bestaan. Natuurlijk kan niet alle
poëzie een totale houding tegenover de wereld uitdrukken, maar als de
dichter geen houding heeft, als de poëzie niet geschreven is vanuit de
wens zo'n houding uit te drukken, kan er geen poëzie ontstaan.' Voor hem
staat authenticiteit voorop; een weergaloze taal of pakkende beelden
kunnen de plaats van authenticiteit niet innemen. Zijn essays verschenen
onder de titel Poëzie Jodendom Et cetera (2004).
Oğuz Atay (1934-1977) publiceerde onder andere verschillende romans, een
toneelstuk en een verhalenbundel. Binnen de moderne Turkse literatuur van
de jaren zeventig betekent Atay's werk, waarvan wel gezegd wordt dat het
met één voet in de modernistische en met de andere in de postmoderne
traditie staat, een keerpunt. De grote rol die is weggelegd voor de vorm,
waarbij binnen de tekst allerlei genres worden gecombineerd, en het
bijzondere taalgebruik vol taalspelletjes onderscheiden hem van zijn
voorgangers. Monologue intérieur en ironie spelen daarbij steeds een
belangrijke rol. Daarnaast onderscheidt Atay zich door de thematiek die
hij kiest: veel van zijn werk gaat over individuen die zich afzetten tegen
een kleinburgerlijke mentaliteit, die zich vervreemd voelen in een
maatschappij die in een identiteitscrisis verkeert. Gaandeweg vervreemden
de personages daarbij soms ook van zichzelf.
Hüseyin Sahin werd in 1961 in Malatya geboren en zat tussen 1977 en 1991 een
gevangenisstraf uit. Zijn gedichten zijn in het Nederlands vertaald en
inmiddels zijn er drie gedichtenbundels van hem verschenen. Uitgeverij
Piya is momenteel bezig met de voorbereiding van de publicatie van een
bundel met zijn laatste werk: De afdrukken van de kleine kamer.
ªahin woont sinds 2002 in Amsterdam.
küçük iskender (1964), in het Nederlands 'alexander de kleine', is een van de meest
besproken Turkse dichters van na 1980. Hij werd in Istanboel geboren,
studeerde vijf jaar medicijnen en vervolgens nog vier jaar sociologie,
zonder deze studies echter te voltooien. Ondertussen was hij actief op het
gebied van literatuur en film. Zijn eerste poëziebundel, Mijn ogen
passen niet in mijn gezicht, werd in 1988 gepubliceerd. In 1991 volgde
de bundel Erotica Deze bundels zorgden ervoor dat de aandacht
blijvend op hem werd gevestigd. Tigris en Eufraat en Lijk niet
nog eens op mij angel verschenen in 2004. küçük iskender is een
dichter van de kosmopolitische stad. De chaos en de gebrekkige
communicatie in het stadsleven is een van zijn centrale thema's. In een
land waar marteling, geweld en het kwaad aan de orde van de dag zijn
verkiest hij het 'een vervloekt dichter' te zijn. De dichter, die
verklaart de zelfkant van de samenleving goed te kennen, beoogt een
kroniek te schrijven van een metropool. Hij kiest ervoor in zijn
gedichten, die spotten met slappe romantiek en gevoeligheid en zeer
kritisch zijn tegenover conventies en instituten, 'niet zozeer tegen dan
wel anders te zijn'. Hij deinst er niet voor terug straattaal en
scheldwoorden te gebruiken. Ook een homo-erotische thematiek schuwt hij
niet. De taalspelletjes en zelf verzonnen woorden uit zijn eerste
gedichten blijven in de laatste gedichten achterwege; klank daarentegen
blijft een belangrijk element. Tot de voorbeelden van küçük iskender, die
van zichzelf zegt 'ik ben niemands zoon. Ik ben de bastaard van de Turkse
poëzie', behoren uiteenlopende dichters: van Nâzim Hikmet en de Turkse
dichters van de experimentele groep de Tweede Nieuwen tot de dichters van
de beat generation. Een andere karakteristiek van küçük iskender is zijn
succes in het bespelen van de populaire media met zijn vrijmoedige
levensstijl, ironie en provocatieve optreden, waardoor hij ook onder de
mensen die geen poëzie lezen bekendheid wist te verwerven.
Yusuf Atılgan (1921-1989), schrijver van verhalen en romans, is in 1921 in Manisa
geboren en is er opgegroeid. Hij studeerde Turkse Taal en Letterkunde aan
de universiteit van Istanboel. Gedurende een jaar gaf hij literatuurles op
het lyceum. Hij werd veroordeeld tot gevangenisstraf vanwege het
ontplooien van communistische activiteiten en het lidmaatschap van een
geheime vereniging tijdens zijn studententijd. Na tien maanden
gevangenschap vestigde hij zich in 1946 in een dorp in Manisa, waar hij
lange tijd een boerderij bezat. In 1952 stopte Atılgan met boeren en begon
hij opnieuw te schrijven. Hij is bekend geworden met zijn romans Aylak
Adam (De Flierefluiter) en Anayurt Oteli (Hotel Vaderland) en
is een van de voorlopers van de moderne Turkse roman. Thema's als
vervreemding en eenzaamheid spelen een belangrijke rol in zijn boeken.
Anayurt Oteli is in 1987 ook verfilmd. Zonder zijn laatste roman
Canistan (Land der Zielen) afgemaakt te hebben stierf hij in
Istanboel op 9 oktober 1989 aan een hartaanval.
İsmet Özel (1944) studeerde in Ankara politieke wetenschappen en Franse
literatuur. Zijn eerste bundel, Een nachtelijke race, publiceerde hij in
1966. Met Ja, opstand dat in 1969 uitkwam, oogstte hij veel bewondering
onder de jonge poëzielezers. Daarin nam het thema van het kennen en
veranderen van jezelf en de wereld de plaats in van het saaie provinciale
leven. Woorden als 'verstikking', 'lijk' en 'walging', die in zijn eerste
bundel veelvuldig voorkwamen, verdwenen naar de achtergrond. Özels
gedichten verschilden zeer van het werk van de sociaal-realistische
dichters van de jaren veertig. Zijn stijl ademde de modernisering die de
experimentele groep de Tweede Nieuwen, waarvan ook İlhan Berk deel
uitmaakte, in de Turkse poëzie had bewerkstelligd. Zijn gedurfde,
onverzoenlijke gedichten vol vragen, onderbrekingen, en originele beelden
gaven nieuwe poëtische betekenissen aan alledaagse woorden. Met
Geloofsbelijdenis, dat hij in 1974 publiceerde, maakte Özel
duidelijk welke ideologische ommekeer hij had gemaakt. Hij manifesteerde
zich nu als een islamitisch dichter en na korte tijd werd aan zijn
dichterschap de rol van islamitisch intellectueel toegevoegd. Nog altijd
publiceert hij in bundels de politiek-religieuze geschriften die hij voor
kranten en tijdschriften produceert. Volgens Özel, die zijn
poëzieopvatting uitgebreid beschreef in zijn essay 'Gids voor de
poëzielezer' (1980), 'ontstaat de poëzie uit een melodie in de mens en uit
zijn verlangen naar eenheid in een omgeving waar het eenheidsgevoel is
aangetast, waar alle losse delen en begrippen door elkaar zijn gaan lopen
en de mens zijn plaats in het geheel is kwijtgeraakt.' Özels eigen poëzie
is een 'zoektocht naar de plaats van de mens in het bestaan'. Een vers is
het waard geschreven te worden wanneer het iets onthult van de wereld
waarvan ook de dichter deel uitmaakt. Enkele publicaties: Een
nachtelijke race (1966), Ja, opstand (1969),
Geloofsbelijdenis (1974), Het boek van de moorden(1975),
Terwijl ik glimlachte naar mijn beul (1984), Een
Jozefsprookje (2000)
Orhan Pamuk is in 1952 in Istanboel geboren en hij groeide op in Nisanta?ı zoals
hij in zijn boek İstanbul: Hatıralar ve ?ehir (Istanboel:
Herinneringen en de stad) vertelt. Zijn architectenopleiding aan de
Technische Universiteit van Istanboel maakte hij niet af. In 1976
studeerde hij af aan het Instituut voor Journalistiek van de Universiteit
van Istanboel. Zijn eerste roman Cevdet Bey ve Oğullari (De heer
Cevdet en zijn zonen) verscheen in 1982. Pamuk brak internationaal door
met zijn tweede roman Beyaz Kale (De witte vesting). Na de Franse
vertaling van De witte vesting in 1991 kreeg Pamuk de Prix de la
découverte européenne. Pamuks Kara Kitap (Het zwarte boek) is
wellicht de meest gelezen en besproken roman in Turkije. Na de publicatie
en de vertaling van zijn roman Benim Adım Kırmızı ( Ik heet
Karmozijn) kreeg hij in Ierland de Impac Dublin-prijs. Zijn laatste roman,
Kar (Sneeuw), werd in 2002 gepubliceerd.
Vertalers en inleiders
Hamide DOĞAN (°1972) werd geboren in Turkije (Ürgüp). Na het VWO volgde ze de
opleiding Tolk-Vertaler in Maastricht (Engels en Frans). Daarna studeerde
ze Turkse Taal en Cultuur aan de universiteit van Leiden, waar ze na haar
afstuderen een jaar heeft gewerkt aan het woordenboek Nederlands-Turks. Ze
studeerde af op een scriptie over de roman Tutunamayanlar van Oğuz
Atay, die ze momenteel vertaalt. Naast literair vertaalster is ze ook
juridisch vertaalster en geeft ze Turkse les.
Çimen GÜNAY (°1977) studeerde aan de Bilkent Universiteit, afdeling Turkse
Literatuur. Als extern student bereidt ze sinds 2002 aan de Universiteit
Leiden, afdeling Turks, een proefschrift voor. Ze bestudeert romans uit de
jaren zeventig vanuit een genderperspectief, met bijzondere aandacht voor
het corpus van de '12 maart-romans'. Ze woont in Groningen.
Hanneke VAN DER HEIJDEN (°1964) studeerde Turkse talen en culturen aan de universiteit van
Utrecht. Na enige jaren als docent verbonden te zijn geweest aan de
universiteit van Ankara, werkt zij nu als tolk en vertaler. Samen met
Margreet Dorleijn vertaalde ze de romans Ik heet Karmozijn en
Sneeuw van Orhan Pamuk. Momenteel werken beiden aan een bloemlezing
van moderne Turkse verhalen, die in het najaar van 2005 zal verschijnen.
Katelijne DE VUYST (°1958) vertaalt romans en poëzie voor diverse uitgevers in Vlaanderen
en Nederland. Ze is medewerker van de Poëziekrant. Ze vertaalde
werk van onder anderen Borges, Cioran, Mina Loy, Pierre Péju, Olivier
Rolin, Anne Sexton, Stevie Smith (verschijningsdatum 2005) en Dylan
Thomas.
Dick KOOPMAN (°1944) studeerde Arabisch, Turks en Perzisch aan de Universiteit
Leiden. Hij behaalde in 1972 cum laude het doctoraal Turks en werkte van
1973 tot 1974 als coördinator onderwijs bij de Stichting Hulp aan
Buitenlandse Werknemers Rijnmond in Rotterdam. Na een jaar als
wetenschappelijk medewerker onderzoek te hebben gedaan in een ZWO-project
naar de vergelijking van de morfologie van drie Altaïsche talen, keerde
hij in 1975 terug naar de Leidse Universiteit. Vanaf die tijd is hij daar
de hoofdverantwoordelijke voor de taalopleiding Turks. Gedurende tien jaar
was hij een van de centrale vertalers Turks voor de Nederlandse overheid.
Hij maakt regelmatig literaire vertalingen, o.a. voor Poetry International
en de Stichting Papyrus in Amsterdam. Een deel van zijn vertalingen is
terug te vinden op de website van de afdeling Turks van de Universiteit
Leiden (http://www.let.leidenuniv.nl/tcimo/tulp). Verschillende
vooraanstaande vertalers Turks zijn mede door hem opgeleid. Voorts is hij
actief als docent over de achtergronden van de Turkse gemeenschap in
diverse opleidingen (justitie, sociale verzekering e.d.).
Sytske SÖTEMANN (°1947) voltooide in 1971 de studie cultureel werk aan de Sociale
Academie en was tot 1976 achtereenvolgens werkzaam als vormingswerker en
buurtwerker. Daarna werkte ze in Rotterdam als vrijwilliger in het
buurtwerk. In 1986 volgde ze de avondopleiding Turks te Utrecht, waarna ze
overstapte naar de studie Turks bij de Vakgroep Talen en Culturen van het
Islamitische Midden-Oosten van de Universiteit Leiden, waar ze in 1997
haar doctoraalbul verwierf. Vervolgens raakte ze intensief betrokken bij
diverse vertaalprojecten van Turkstalige poëzie. In 2000 hervatte ze het
in haar doctoraalscriptie begonnen onderzoek naar de Turkse poëzie uit het
begin van de vorige eeuw, dat inmiddels is uitgemond in een proefschrift:
Yahya Kemal Byatlı - Turkse poëzie in de vroege twintigste eeuw. Een
analyse. (Te bestellen bij de auteur: ssotemann@freeler.nl). Sinds
november 1995 is ze fulltime werkzaam op het Albeda College te Rotterdam
en als vrijwilliger actief in het Rotterdamse letterencircuit, o.a. als
voorzitter van het onlangs opgerichte Letterenhuis (Rotterdam) (http://www.letterenhuis.nl/).
Ireneus (René) SPIT (°1954) studeerde biologie, filosofie en Turks en is beëdigd vertaler
Turks. Thans werkt hij voor de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Hij
schreef het proefschrift Multisubjectieve activiteit en morele
verantwoordelijkheid (Universiteit Utrecht, 1986) en redigeerde de
prisma Nederlandse en Turkse zegswijzen (Utrecht, Het Spectrum, 1992). Hij
vertaalde onder andere Turkse gedichten voor Poetry International
Rotterdam 2002.
Annemarike STREMMELAAR (°1972) studeerde Turkse Taal en Letterkunde. Zij voltooit momenteel haar
proefschrift met de titel Legitiem gezag en rechtvaardig bestuur bij de
Osmanen.
Mehmet Emin YILDIRIM (°1952) doceert Turkse taal en letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij
vertaalde een selectie uit de gedichten van Benno Barnard in het Turks en
stelt momenteel samen met Mehmet Çetin een anthologie van moderne Turkse
poëzie samen. Voorts vertaalde hij de memoires van A. Papandreu
(Democratie at Gunpoint) in het Turks.
Erik-Jan ZÜRCHER (°1953) studeerde Turks aan de Universiteit Leiden, waar hij in 1984
promoveerde op The Unionist Factor, over de Turkse
onafhankelijkheidsstrijd na de Eerste Wereldoorlog. Van 1977 tot 1997
werkte hij aan de Universiteit Leiden, eerst als docent Turks, later bij
de afdeling Geschiedenis van het Midden-Oosten. Van 1989 tot 1999 stond
hij aan het hoofd van het departement Turks van het Internationaal
Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Sinds 1997 leidt hij de
afdeling Turkse Studies aan de Universiteit Leiden. Zijn voornaamste
onderzoeksterrein is de politieke en sociale geschiedenis van het late
Ottomaanse Rijk en de Vroege Turkse Republiek. Turkey. A modern
history, dat hij publiceerde in 1993, wordt gebruikt als tekstboek op
universiteiten in de VS, Groot-Brittanië, Nederland en Turkije. Hij
adviseerde de Nederlandse regering over de Turkse toetreding tot de
Europese Unie, o.a. ten aanzien van de vraag of de islam een hindernis zou
kunnen vormen voor de toetreding.