Feit en f(r)ictie
Literaire Non-fictie in de Lage Landen

nr.111 - december 2004

Leo Gillessen
Poëzie
Vertaling: Hilde Keteleer

Witte wolken in de zomerhemel,
eronder wordt weinig gezegd.
Ga, als je moet gaan.
Bekommer je niet
om de weg. Als het nacht wordt,
zoek de zwarte maan,
het is haar tijd.
Je weet wat er is,
meer is er niet te vinden.
Kijk opzij, de geur
van de aarde dringt al door het raam.
Daar waar je thuishoort
gaat de aanwezigheid verloren.

 

Weiße Wolken im Sommerhimmel,
darunter wird wenig gesagt.
Gehe, wenn du zu gehen hast.
Was kümmert dich
der Weg. Wenn es Nacht wird,
suche den schwarzen Mond,
es ist seine Zeit.
Du weißt, was da ist,
mehr ist nicht zu finden.
Sieh zur Seite, der Geruch der
Erde dringt schon durchs Fenster.
Wo du hingehörst,
verliert sich die Anwesenheit.


 

Waar ik woon: de verloren plek
aan de grens. De muur
van bos op de helling hiertegenover
laat geen blik naar buiten toe.
Het donkere groen voor elke
gedachte zorgt ervoor
dat ik niet op het idee kom
te bewaren wat er gebeurt,
ook boven de blauwe worpen
van de zomer uit.
Hier in de gematigde wind
murmelen beekjes
in kleine dalen
over het gedonder van de oceaan
in de orkaan. Duidelijk te horen:
het afgeronde lachen
van de stenen.

Wo ich lebe: der verlorene Ort
an der Grenze. Die Wand
aus Wald am Abhang gegenüber
lässt keinen Blick hinaus.
Das dunkle Grün vor jedem
Gedanken sorgt dafür,
dass es mir nicht einfällt
zu bewahren, was sich zuträgt,
auch über die Blauwürfe
des Sommers hinaus.
Hier im gemäßigten Wind
murmeln kleine Bäche
in kleinen Tälern
vom Tosen des Ozeans
im Orkan. Deutlich zu hören:
das abgerundete
Lachen der Steine.

 

Uit : Verwitterung – Vergänglichkeiten, Shaker Verlag, 2003
Vertaling: Hilde Keteleer

Leo Gillessen (°1954) is redactielid van Krautgarten en kreeg voor zijn poëzie in 1993 de literatuurprijs van de Duitstalige Gemeenschap.

terug