Nippon Express
Nieuwe literatuur uit Japan

nr.110 - september 2004

VOORAF

U weet het intussen wel: deze redactie verkent geregeld de minder vanzelfsprekende hoekjes van de literatuur. Dit keer hebben we het bijzonder ver van ons bed gezocht, namelijk in het Verre Oosten. In een recent interview met de krant De Morgen kreeg de Amerikaanse auteur Richard Powers de opmerking voorgelegd dat de Japanse cultuur wellicht nog 'de meest pure ter wereld is'. Powers: 'Daar komen ze er het dichtst bij, maar toch. Hun cultuur komt grotendeels uit China, hun godsdienst uit India en hun technologie uit het Westen: hoe puur is zo'n cultuur dan nog?' Voor de meesten onder ons roept Japan het beeld op van enerzijds theeceremonies, geisha's en harakiri en anderzijds samoeraifilms, manga's en hoge zelfmoordcijfers. Als het meezit hebben we ooit al eens een boek van oudere coryfeeën als de Nobelprijswinnaars Oe Kenzaburo en Kawabata Yasunari gelezen.

Maar zoals het in de redactie vaak gaat, was iemand vooral nieuwsgierig naar wat er in de hedendaagse literatuur van dat zo vibrerende land te vinden valt en werkte die nieuwsgierigheid aanstekelijk op de andere redactieleden. En laat 2005 nu juist door de Europese Unie en Japan uitgeroepen zijn tot het jaar van de People to People Exchanges. Bedoeling is dat er in alle lidstaten uitwisselingen op alle maatschappelijke terreinen worden op het getouw gezet. Onze snuffelneusreputatie getrouw wilden we de grote golf van Japanse evenementen vóór zijn. En dus werd er een expert uitgenodigd om ons te helpen bij de zoektocht. In dit geval was dat Luk Van Haute, die Japanse literatuur aan de universiteit van Tokio studeerde en promoveerde op het vroege werk van Oe Kenzaburo. Hij zette ook een paar collega-japonologen aan het werk om de allernieuwste literatuur uit Nippon voor ons in kaart te brengen. Uit zijn inleidende essay leren we dat de J-literatuur uit de jaren negentig door sommige critici ook letterlijk 'in kaart gebracht wordt'. Want er wordt bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt tussen 'Shibuya-literatuur' voor en over jongelui die materialistisch en escapistisch door het leven glijden, genoemd naar de meest hippe wijk van Tokio, waar de jeugd het voor het zeggen heeft, en 'Shinjuku-literatuur', die donkerder en dreigender is, met actievere protagonisten, conform de sfeer in Kabukicho, de rosse buurt van Shinjuku. Maar in werkelijkheid zijn de grenzen niet zo strikt te trekken. Integendeel, ze vervagen steeds meer, net zoals bij ons. De Japanse cross-over wordt in dit nummer geïllustreerd door werk van Abe Kazushige (°1968), Yu Miri (°1968), dochter van Koreaanse migranten, Sono Sion (°1960), tevens filmregisseur, Ito Hiromi (°1955), tegenwoordig wonend in de Verenigde Staten, en Kirino Natsuo (°1951), die vaak misdaadromans en andere populaire genres mengt met scherpe sociale kritiek. Geen van hen is enig in zijn soort: er zijn in de Japanse literatuur wel meer allochtonen, filmregisseurs, misdaadschrijvers met sociale inslag en 'expats'. De in deze focus opgenomen auteurs zijn bijgevolg enigszins willekeurig gekozen, maar ze zijn stuk voor stuk symptomatisch voor de vervagende grenzen. Het beeld van Japan als een raciaal homogene maatschappij heeft een deuk gekregen. En voorts is het geen toeval dat drie van de vijf gekozen auteurs vrouwen zijn. Zij drukken steeds sterker hun stempel op de Japanse literatuur. Het begint eentonig te worden: in vorige focussen, die over Iran of over Quebec bijvoorbeeld, merkten we dezelfde fenomenen op.

Daarnaast is er aandacht voor de belangrijkste Japanse auteur van dit ogenblik. Dirk Leyman begroef zich in het wonderlijke en verslavende universum van Murakami Haruki. Dat resulteerde in een portret-essay van de schrijver die op zijn 55ste nog steeds de polsslag van de jonge generatie meet.

Merk overigens op dat we, op verzoek van de japanologen die aan dit nummer meewerkten, de Japanse schrijfrichting van de namen hanteerden: eerst de achternaam, dan de voornaam. Nederlandse uitgevers geven er de voorkeur aan om onze schrijfrichting te gebruiken, maar op deze manier is het dus een ietsje 'echter' Japans.

Ook in de rest van het nummer krijgen nieuwlichters ruim baan. Vertaler Kris Lauwerys ontdekte het werk van de Franse Patrick Lapeyre, een man die naar eigen zeggen 'van troosteloze maar grappige verhalen houdt'. Het fragment uit L'homme-soeur is een smaakmaker, want over enige tijd verschijnt de eerste Nederlandse vertaling van een Lapeyre-roman bij de Wereldbibliotheek. Uit Nederland kozen we een verhaal van Arthur Hemminga, en voorts is dit nummer gevuld met een rijk gevarieerd aanbod poëzie van vrouwen: Ingrid Budgen, Ruth Lasters, Daan Stringer, én mannen: Hans Claus, Guy Dierckx, Peter Doms, Jan Geerts, Ksaf Vandeputte en Bennie Mous.

Ziezo, neem een portie sushi en ga lekker op de rieten mat liggen - in de stoel mag ook. Smakelijk!

De redactie

terug