Spiegels in de nacht
Moderne Perzische literatuur

nr.109 - juni 2004

VOORAF

Met deel I en deel VIII uit de bundel Gargamesj – gesmokkelte uit de oosterachtertuin van debutant Nargilah V.H. is de toon gezet voor dit nummer. Avontuurlijk, springend van het heden naar het verleden en omgekeerd, laverend tussen verre streken en onze eigen bodem. Het oorspronkelijke Gilgamesj-epos, waarop Nargilah V.H. teruggrijpt, is een poëziecyclus uit de Assyrische literatuur van de derde eeuw: de koning van Oeroek, Gilgamesj, gaat in dit verhaal samen met zijn vriend Enkidoe op zoek naar het eeuwige leven. Enkidoe toont hem de noodzaak van relaties met de onzichtbare wereld. Of hoe de mens niet alleen met het zwaard vecht. Het epos werd geschreven in het Soemerisch, een taal die noch Indo-europees noch Afro-Aziatisch is. Soemer is de oude naam van een landstreek in wat nu Irak is. Het is de streek waar de rivieren Eufraat en Tigris in de Perzische Golf uitmonden, oftewel het zuidelijk deel van Mesopotamië. Soemer is de wieg van de beschaving, althans een van de zes streken op aarde die aanspraak kunnen maken op deze titel.

Irak is al een jaar niet uit het nieuws weg te branden, op een manier die jammer genoeg niets met literatuur te maken heeft. Over buurland Iran horen of lezen we veel minder. Wie weet bijvoorbeeld dat de daar gesproken taal, het Perzisch of Farsi, een Indo-europese taal is die meer verwant is met de Europese talen dan met het Arabisch, en dat de bekende verhalen van Duizend-en-een-nacht oorspronkelijk in het Perzisch geschreven werden, maar dat die geschreven versie verloren ging en tot ons kwam via de Arabische vertaling? In het Nederlandse taalgebied verscheen tot nu toe wel een aantal vertalingen van klassieke Perzische teksten, maar vrijwel niets van de moderne Perzische literatuur. We zijn dan ook bijzonder blij dat Nafiss Nia en Ronald Bos voor ons een kleine bloemlezing van die moderne literatuur hebben samengesteld en we hopen dat uitgevers de weg zullen vinden naar deze fascinerende dichters en verhalenvertellers. Boeiend om vast te stellen: de nieuwste lichting Iraanse schrijvers is vooral vrouwelijk. En verder: de moderne Perzische literatuur is weliswaar realistisch, maar achter de oppervlakkige waarneming van de dagelijkse werkelijkheid schemert een andere realiteit. Waarmee we opnieuw bij de zoektocht van Gilgamesj beland zijn.

'Gargamesj – gesmokkelte uit de oosterachtertuin' is niet het enige lange gedicht in dit nummer. U leest eveneens 'Dat staat niet in mijn taakomschrijving' van de Amerikaanse performing poet Paul Beatty, 'L'enfant' van Henk van Kerkwijk en 'Bruid in een afwijking van wit' van Richard Steegmans. Behalve deze keuze selecteerden we ook nog een aantal gedichten van Marleen De Crée en Marwin Vos. Voorts een “filmscript” van Guido De Bruyn, een werklozenverhaal van Jan De Vries en een verhaal geïnspireerd op het leven van Lev Tolstoj van Joke Debaere.

Onze vaste medewerkster voor beeldende kunst Sara Weyns brengt het werk van Virginie Bailly in kaart, en in kaart brengen is precies wat Bailly doet: ze laat ons zien op welke manieren de mens zich tot het landschap verhoudt. Tot slot krijgt u nog het in een vorig nummer beloofde overzicht van de debuten van het voorbije jaar, waarmee Dirk Leyman u andermaal zijn visie op het Vlaamse debutenlandschap levert. Mocht u Deus ex Machina voor het eerst lezen: hopelijk geniet u net zo van onze ontdekkingstochten door onbekende taalgebieden als wij dat zelf telkens doen. En we beloven u dat we onze exploratie voortzetten: behalve een Japans katern, dat op stapel staat voor dit jaar, hopen we samen met u volgend jaar meer te weten te komen over andere literaturen die in een islamitische cultuur tot stand komen. Inch'Allah!

De redactie

terug