Met deel I en deel VIII uit de bundel Gargamesj gesmokkelte uit de oosterachtertuin
van debutant Nargilah V.H. is de toon gezet voor dit nummer. Avontuurlijk, springend
van het heden naar het verleden en omgekeerd, laverend tussen verre streken
en onze eigen bodem. Het oorspronkelijke Gilgamesj-epos, waarop Nargilah V.H.
teruggrijpt, is een poëziecyclus uit de Assyrische literatuur van de derde
eeuw: de koning van Oeroek, Gilgamesj, gaat in dit verhaal samen met zijn vriend
Enkidoe op zoek naar het eeuwige leven. Enkidoe toont hem de noodzaak van relaties
met de onzichtbare wereld. Of hoe de mens niet alleen met het zwaard vecht.
Het epos werd geschreven in het Soemerisch, een taal die noch Indo-europees
noch Afro-Aziatisch is. Soemer is de oude naam van een landstreek in wat nu
Irak is. Het is de streek waar de rivieren Eufraat en Tigris in de Perzische
Golf uitmonden, oftewel het zuidelijk deel van Mesopotamië. Soemer is de
wieg van de beschaving, althans een van de zes streken op aarde die aanspraak
kunnen maken op deze titel.
Irak is al een jaar niet uit het nieuws weg te branden, op een manier die jammer
genoeg niets met literatuur te maken heeft. Over buurland Iran horen of lezen
we veel minder. Wie weet bijvoorbeeld dat de daar gesproken taal, het Perzisch
of Farsi, een Indo-europese taal is die meer verwant is met de Europese talen
dan met het Arabisch, en dat de bekende verhalen van Duizend-en-een-nacht oorspronkelijk
in het Perzisch geschreven werden, maar dat die geschreven versie verloren ging
en tot ons kwam via de Arabische vertaling? In het Nederlandse taalgebied verscheen
tot nu toe wel een aantal vertalingen van klassieke Perzische teksten, maar
vrijwel niets van de moderne Perzische literatuur. We zijn dan ook bijzonder
blij dat Nafiss Nia en Ronald Bos voor ons een kleine bloemlezing van die moderne
literatuur hebben samengesteld en we hopen dat uitgevers de weg zullen vinden
naar deze fascinerende dichters en verhalenvertellers. Boeiend om vast te stellen:
de nieuwste lichting Iraanse schrijvers is vooral vrouwelijk. En verder: de
moderne Perzische literatuur is weliswaar realistisch, maar achter de oppervlakkige
waarneming van de dagelijkse werkelijkheid schemert een andere realiteit. Waarmee
we opnieuw bij de zoektocht van Gilgamesj beland zijn.
'Gargamesj gesmokkelte uit de oosterachtertuin' is niet het enige lange
gedicht in dit nummer. U leest eveneens 'Dat staat niet in mijn taakomschrijving'
van de Amerikaanse performing poet Paul Beatty, 'L'enfant' van Henk van Kerkwijk
en 'Bruid in een afwijking van wit' van Richard Steegmans. Behalve deze keuze
selecteerden we ook nog een aantal gedichten van Marleen De Crée en Marwin
Vos. Voorts een filmscript van Guido De Bruyn, een werklozenverhaal
van Jan De Vries en een verhaal geïnspireerd op het leven van Lev Tolstoj
van Joke Debaere.
Onze vaste medewerkster voor beeldende kunst Sara Weyns brengt het werk van
Virginie Bailly in kaart, en in kaart brengen is precies wat Bailly doet: ze
laat ons zien op welke manieren de mens zich tot het landschap verhoudt. Tot
slot krijgt u nog het in een vorig nummer beloofde overzicht van de debuten
van het voorbije jaar, waarmee Dirk Leyman u andermaal zijn visie op het Vlaamse
debutenlandschap levert. Mocht u Deus ex Machina voor het eerst lezen: hopelijk
geniet u net zo van onze ontdekkingstochten door onbekende taalgebieden als
wij dat zelf telkens doen. En we beloven u dat we onze exploratie voortzetten:
behalve een Japans katern, dat op stapel staat voor dit jaar, hopen we samen
met u volgend jaar meer te weten te komen over andere literaturen die in een
islamitische cultuur tot stand komen. Inch'Allah!