Op een dag zullen we opnieuw onze duiven vinden en de liefde zal de
hand van de schoonheid bereiken. De dag waarop het geringste
lied een kus is en ieder mens voor de andere mens een broer.
De dag waarop de deuren niet gesloten blijven het slot een
sprookje is en het hart genoeg is voor het leven.
De dag waarop de betekenis van ieder woord beminnen is zodat je
voor de laatste uitspraak geen woord moet zoeken.
De dag waarop de melodie van ieder woord het leven is zodat ik
voor het laatste gedicht niet onder het zoeken naar het rijm lijd.
De dag waarop iedere lip een gezang is zodat het geringste
lied een kus wordt.
De dag waarop jij komt voorgoed komt en de liefde met de
schoonheid verenigt.
De dag waarop wij opnieuw onze duiven voeren...
die dag verwacht ik zelfs op de dag dat ik er niet meer ben.
(1955)
Ahmad Shamlu (1925 - 1999), de belangrijkste moderne
Perzische dichter, werd geboren in Teheran. Naast zijn literaire werk
schreef hij Ketae Kucheh (Het boek van de steeg), een ruim
vijftigdelige studie over de taal van het volk.