Spiegels in de nacht
Moderne Perzische literatuur

nr.109 - juni 2004

 

Nargilah V.H.
Gagamesj - gesmokkelte uit de oosterachtertuin

Proza

(De volgende gedichten zijn respectievelijk deel I en deel VIII uit de bundel Gargamesj – gesmokkelte uit de oosterachtertuin. Het eerste deel is een introductie op Gargamesj. Het tweede bevat het gevecht tussen Gargamesj, geholpen door diens maat Enkidoe, en het goddelijke monster Choembaba. Gargamesj is op zoek naar eeuwige cederroem.)

 

I.
Introducing Gargamesj

(andante adelante)
De nacht, de Georgi‘r met zijn fladderende coupe,
ging dutten
(het was dringend tijd voor dag).
Moebevroren donderde hij van de ronde aarde af,
een uitlaat in puffen voorochtendlijk blauw,
lijk een suffe colonne nimbostratusbanken,
sleurde hij spaarzaam achter zich
de duisternis in,
rodig zwavel
trof de matten kif in Gargamesj' paleis.
Omhuld met smoor had hij al een ganse mat gepaft
bezig een verse toeter smeul te pielen.
Het ging moeizaam als een fles;
zijn vingers schoven telkens uit
(zijn gevoel leed aan geheugenverlies)
over het cosmetisch jonge rijstpapier
zonder opgeteerd karton rondom.
De muziek klonk kilometers luid:
luit en zes ingevoerde Turken
op een darbuka bonk
ketsten op de muren af
tegen de werkverslaafde satrapen
louter daar om pirouetten te draaien.
Gargamesj had zich languit afgekapt
op zijn kelim tapijt in een aangrenzend boudoir,
waarvan de decoratie de woorden ervoor
qua oosterse elegantie en overdaad ver overtrof
(fusteinen wandkleden
met taferelen van marids
die gedragen door de Levant
de Magneetberg in de Leverzee oversteken
om geesten van salmiak en hun coterie aan paladijnen
hanig te sneven;
door guirlandes en arabesken omgorde ligaturen
die kalligrafisch de oereeuwigheid beschrijven;
in de hoek een topzware, cederhouten chiffonnière
naast een afgedankte adamanten palankijn
met een mousselinen gordijn
waarin gluiperige thesauriers
Gargamesj in betere tijden hadden rondgedragen;
galons van rode spinel, carneolen komforen,
vissen met lange namen, wierook van polei, civet en kaasjeskruid,
de Tafel van Smaragd
op een stampei van banieren en tunieken
en andere wasemende parafernalia
die Gargamesj, in hun efemerie,
misselijk maakten.)

Zijn schonkige gestalte zonk diep
in de stugge pels van het karpet;
zweet op de wol, hitte van de voorbije maanden
vermoeidheid van het aanhoudende gefeest, broeierigheid
jeuk in de voren van zijn vel,
in zijn botten, zijn geest.
Nerveus trok hij aan de kif.
Nerveus kauwde hij zijn stilte.
Een paar jonge, drilgebilde Turken-van-de-publiekelijke-soort
kwamen hem tussen de benen strijken,
lusteloos, niet bij machte
zich een weg te banen
door het ongezeglijke moeras
dat hij geworden was.
Hij dronk nog meer wijn.
('De apotheker heeft niets voor mij in huis,
zolang er druivendruppels als rode tranen zijn.')
'Wat?'
Monumentale eenzaamheid
na alle pasgehuwde meisjes te hebben bestegen
nog voor hun man tot hen was ingegaan.
('Weinigen die het gezelschap van vrouwen nemen
en zich niet belachelijk maken.')
'Slik zijn ademstoten,' had men bevolen.
En ook de Automatische Turk
had hem vanavond verslagen;
een koningsgambiet en hij had schaakmat gestaan,
zoals Mos'abi ooit alomvattender, doch verganer vergeleek
. Hij had het ding tegen de muur gekeild;
van tussen het schroot was de automaton-dwerg schichtig
– 'lijk een pisrat!' –
alle richtingen uitgeschoten. 'Motherfucker van een muzelman!' 'Verdomme!'
Als hij dacht, dacht hij:
Hoeveel geniale venten heb ik ingeniaal gedood?
Met wee‘, herbruikte kookgeur
heb ik de straatarmen
de kwijlende tongen der metromanken
der kartonnendozenwonenden gevoed.
Trotsborstige vrouwen en weeslijke porken
hebben me in en met hun thuisstegen omgord, enkel
om mijn heerlijk paard.
(Sommigen zeggen dat hij de hoofdrol heeft
in het verhaal-van-de-koning-de-courtisane-en-de-ondersteboven-heilige.)

Lees verder in Deus ex Machina nr. 109

Nargilah V.H. (°1976) studeerde landbouwkunde en wijsbegeerte te Leuven. Zijn gedichten voor I komen uit de nog ongepubliceerde bundel I. Het is een achttiendelig verhaal in verzen, in de verte verwant met het oorspronkelijke Gilgamesj-epos.

terug