Spiegels in de nacht
Moderne Perzische literatuur

nr.109 - juni 2004

 

Marleen De Creé

1.

à blanc: zoals het vuur aan ijzer vreet,
vloeibaar wordt, op hamers wacht,
de vlammen wreekt, spettert, sputtert,
tegenspreekt, in golven hitte zweet.

à blanc is wit en heet en zonder
medelijden. kaal en drooggestookt.
een bedding zonder water in de zomer.
blind van zon. een wapen in het zand.

à blanc is het warme vel als ik
je aan zie komen. scherp en diep
ingesneden als je bij me bent, met

zoveel licht begoten dat het breekt.
al dat wit over wit op een middaguur.
ik voel me opgenomen, afgemat, ingebrand.

(het lied van Mogogo)

 

2.

mijn gemis heeft al jouw vormen:
lichte benen en een helder hoofd.
rood stof ritselt in je commentaren.
kom je aangewandeld? kom je waarvan?

hier is niets dat raakt. alles is bijna
als bij benadering. een storm in
een glas. bijeengeharkte blaren voor
een brandje in de achtertuin.

hier is zoveel verdorring. kom je
van huis? kom je thuis? heel even
raken je ogen me weer.

schuin licht dekt je in de rug.
schuchter aait het, rakelingse vlucht
met licht gedoopt. witgebekt.

 

3.

het brandt nu al dagen en dagen.
het slist, de nacht valt. wat gaat
er in je om dat je zo laat
nog heen en weer, zo wakker

van de slaap, nog takken sleept?
een ritueel van vlammen maakt
telkens een sprong, een stap opzij,
een voor en achter. de wals

van iets verwachten of het tegendeel
ervan. het besluipen van een uur.
het vangen van de tijd misschien,

zoals hij vervliegt met de smaak
van rook en zwarte stronken in
een vuur. zoals hij in zijn voegen kraakt.

 

4.

niets dat zegt dat je niet zult branden.
winter en ijs leggen de bomen lam.
het leven komt uit de bossen aangeslopen,
water halen, zijn dorst vertalen

in iets vloeibaars, zoals het licht, als iets
te drinken krijgen uit je mond.
de wijn van elders sijpelt ongerept
in een andere mond, is vogelvanger,

nestendrager, hoeder van het vuur.
tak voor schilfer en met een aangeslagen stem
leg je onze oude raadsels open.

nu en toen en dan en hoe zij in de vlammen
nijgen. laaien is als tellen van het bloed.
er is niets dat zegt wat niet wil zwijgen.

Marleen DE CRÉE (°1941) studeerde kunstgeschiedenis aan de KU Leuven. Deze gedichten vormen de aanvang van de cyclus 'En vuur' uit de bundel Vita Vita, die in september 2004 bij uitgeverij P verschijnt.

terug