1.
à blanc: zoals het vuur aan ijzer vreet,
vloeibaar wordt, op hamers
wacht,
de vlammen wreekt, spettert, sputtert,
tegenspreekt, in golven
hitte zweet.
à blanc is wit en heet en zonder
medelijden. kaal en drooggestookt.
een
bedding zonder water in de zomer.
blind van zon. een wapen in het zand.
à blanc is het warme vel als ik
je aan zie komen. scherp en
diep
ingesneden als je bij me bent, met
zoveel licht begoten dat het breekt.
al dat wit over wit op een
middaguur.
ik voel me opgenomen, afgemat, ingebrand.
(het lied van Mogogo)
2.
mijn gemis heeft al jouw vormen:
lichte benen en een helder hoofd.
rood
stof ritselt in je commentaren.
kom je aangewandeld? kom je waarvan?
hier is niets dat raakt. alles is bijna
als bij benadering. een storm
in
een glas. bijeengeharkte blaren voor
een brandje in de achtertuin.
hier is zoveel verdorring. kom je
van huis? kom je thuis? heel
even
raken je ogen me weer.
schuin licht dekt je in de rug.
schuchter aait het, rakelingse
vlucht
met licht gedoopt. witgebekt.
3.
het brandt nu al dagen en dagen.
het slist, de nacht valt. wat gaat
er
in je om dat je zo laat
nog heen en weer, zo wakker
van de slaap, nog takken sleept?
een ritueel van vlammen maakt
telkens
een sprong, een stap opzij,
een voor en achter. de wals
van iets verwachten of het tegendeel
ervan. het besluipen van een
uur.
het vangen van de tijd misschien,
zoals hij vervliegt met de smaak
van rook en zwarte stronken in
een
vuur. zoals hij in zijn voegen kraakt.
4.
niets dat zegt dat je niet zult branden.
winter en ijs leggen de bomen
lam.
het leven komt uit de bossen aangeslopen,
water halen, zijn dorst
vertalen
in iets vloeibaars, zoals het licht, als iets
te drinken krijgen uit je
mond.
de wijn van elders sijpelt ongerept
in een andere mond, is
vogelvanger,
nestendrager, hoeder van het vuur.
tak voor schilfer en met een
aangeslagen stem
leg je onze oude raadsels open.
nu en toen en dan en hoe zij in de vlammen
nijgen. laaien is als tellen
van het bloed.
er is niets dat zegt wat niet wil zwijgen.
Marleen DE CRÉE (°1941) studeerde kunstgeschiedenis aan de KU
Leuven. Deze gedichten vormen de aanvang van de cyclus 'En vuur' uit de
bundel Vita Vita, die in september 2004 bij uitgeverij P verschijnt.
terug