We haasten ons voort Spoeden ons Van hier naar daar Van hem naar
haar
En als we eens Noodgedwongen Moeten stilstaan Hier en daar Bij
hem of haar Zien we onszelf
Diep in ons hart Weten we wel Dat we allemaal Alleen
maar Helemaal alleen Maar bezoekers zijn Onder de aardse zon
Huis van Vertrouwen
Ik gluurde door de ramen van het Huis van Vertrouwen De deur werd met
liefde voor mij opengedaan Ik stond er naast de tafel van geloof en
proefde uit de beker van hoop
Ik brandde me aan de warmte en ging op de loop.
Ik klopte op de deur van het Huis van vertrouwen Er werd met
liefde weer opengedaan Ik ging zitten en at aan de tafel van
geloof en dronk tot de bodem uit de beker van hoop
Ik ben er nog vaak Heel hard weggelopen.
Op een dag, misschien, zal ik met liefde leren wonen in het Huis van
Vertrouwen Kan ik ook de tafel dekken met geloof en hoop Hoef ik nooit
meer weg te lopen en doe de deur zelf open.