Ieder zijn waanzin
Grensgeschriften

nr.108 - maart 2004

Sarah Kane

vertaling: Joris Iven

Psychose om 4.48 uur
(fragment)

Sarah Kane (1971-1999) startte haar carrière als toneelschrijftster op bijzonder snelle en controversiële wijze. De opvoering van haar eerste stuk, Blasted (Opgeblazen), leidde in 1995 tot een groot schandaal in de Britse pers en het gevolg was dat de zalen zich vulden als nooit tevoren. Blasted, een stuk dat barst van de wanhoop en het geweld (verkrachting, moord, kannibalisme, oorlog) werd door Kane zelf omschreven als 'quite a peaceful little play'. Dat beloofde wat voor de toekomst.
Haar tweede stuk, Phaedra's Love (De liefde van Phaedra), opgevoerd in 1996, is een navertelling van de Griekse mythe, die bij Kane toch nog een stuk bloederiger eindigt dan in het origineel van Seneca.
Cleansed (Genezen), haar stuk uit 1998, speelt in een ziekenhuis waar een psychiater zich als een beul gedraagt tegenover zijn patiënten, die uit pure wanhoop op zoek zijn naar liefde. Het geweld waarmee de psychiater de liefde van zijn patiënten test is onvoorstelbaar en weerzinwekkend: ledematen worden afgehakt, de huid gestroopt, geslachtsdelen afgesneden enz.
Ook in 1998 verschijnt het stuk Crave (Hunkeren), ditmaal onder een pseudoniem om het stuk niet te belasten met haar naam. Hierin vertellen vier mensen, A, B, M en C, elkaar verhalen die zich zo met elkaar vervlechten dat ze uiteindelijk één schreeuw om liefde worden, liefde die niet wordt gegeven, niet wordt beantwoord.
In 4.48. Psychosis (Psychose om 4.48 uur), een stuk dat postuum werd opgevoerd in 2000, is de vrouwelijke hoofdpersoon opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en vecht tegen de demonen van haar ziekte tot ze zich aan hen overgeeft. Ze schreef het stuk in de herfst van 1998 en de winter van 1998-1999.
In werkelijkheid pleegde Sarah Kane zelfmoord op 20 februari 1999, toen ze net achtentwintig was geworden, door zich aan haar schoenveters op te hangen in de wc van het ziekenhuis waar ze was opgenomen na een eerdere zelfmoordpoging. Sarah Kane leed aan zware depressies.
Maar Kane is een groot toneelauteur en -regisseur geworden in haar korte leven. In de inleiding die David Greig schreef bij haar verzameld werk worden lijnen getrokken tussen haar werk en dat van Shakespeare, Büchner (van wie ze het stuk Woyzeck regisseerde in 1997), Beckett, Bond en Barker. Wat Kanes stukken onvergetelijk maakt zijn de explosieve theatraliteit, de uitgesproken lyriek, de emotionele kracht en de sombere, akelige humor. Wat de toeschouwer/lezer evenmin loslaat zijn de waanzinnige achtergrond van geweld, eenzaamheid, kracht, mentale instorting en de alles overweldigende hunkering naar liefde.
Wat Sarah Kane echt bijzonder maakt zijn de totaal vernieuwende impulsen die ze aan het theater gaf door de roekeloosheid waarmee ze inbeukte op de naturalistische grenzen van het genre.

 

(Een heel lange stilte.)

Maar je hebt vrienden.

(Een lange stilte.)

Je hebt veel vrienden.

Wat geef je je vrienden dat ze je zo steunen?

(Een lange stilte.)

Wat geef je?

(Stilte.)

- - - -

een evenwichtig bewustzijn verblijft in een verduisterde banketzaal dicht bij het plafond van een geest waarvan de vloer omhoogschiet als tienduizend kakkerlakken wanneer er een lichtstraal binnenvalt op het moment dat alle gedachten even een harmonieus geheel vormen dat niet langer verstoot aangezien de kakkerlakken een waarheid bevatten die niemand ooit zal uiten

Ik beleefde een nacht waarin alles mij werd geopenbaard.
Hoe kan ik weer spreken?

de gebroken hermafrodiet die erop vertrouwde alleen te zijn treft in werkelijkheid een overvolle kamer aan en smeekt nooit meer uit de nachtmerrie te ontwaken

en ze waren er allemaal
zonder één enkele uitzondering
en ze kenden mijn naam
toen ik me als een tor wegscheerde langs de rug van hun stoel

Herinner je het licht en geloof in het licht

Een moment van helderheid vóór de eeuwige nacht

zorg dat ik het niet vergeet

- - - -

Ik ben bedroefd

Ik voel dat de toekomst hopeloos is en dat de zaken er niet beter op zullen worden

Ik vind alles vervelend en onbevredigend

Ik ben een totale mislukkeling

Ik ben schuldig, ik word gestraft

Ik zou mezelf van kant willen maken

Ik kon huilen vroeger, maar nu heb ik geen tranen meer

Ik heb geen belangstelling meer voor andere mensen

Ik kan geen beslissingen nemen

Ik kan niet eten

Ik kan niet slapen

Ik kan niet nadenken

Ik kan mijn eenzaamheid, mijn angst, mijn walging niet te boven komen

Ik ben dik

Ik kan niet schrijven

Ik kan niet liefhebben

Mijn broer is stervende, mijn geliefde is stervende, ik maak ze allebei dood

Ik storm af op mijn dood

Ik ben doodsbang voor medicatie

Ik kan niet vrijen

Ik kan niet neuken

Ik kan niet alleen zijn

Ik kan niet met anderen samen zijn

Mijn heupen zijn te breed

Ik heb een afkeer van mijn genitaliën

Als om 4.48 uur
de wanhoop me overvalt
hang ik me op
terwijl ik mijn geliefde hoor ademhalen

Ik wil niet sterven

Ik ben zó depressief geworden van het feit dat ik sterfelijk ben dat ik besloten heb zelfmoord te plegen

Ik wil niet leven

Ik ben jaloers op mijn slapende geliefde en smacht naar zijn kunstmatig opgewekte bewusteloosheid

Als hij wakker wordt zal hij me benijden om mijn slapeloze nacht vol gedachten en opmerkingen die niet zijn afgestompt door medicijnen.

Ik heb me erbij neergelegd dat ik dit jaar doodga

Sommigen zullen dit gemakzucht noemen
(ze boffen dat ze het niet hebben meegemaakt)
Sommigen zullen het simpele feit van de pijn kennen

Dit wordt geleidelijk aan mijn normale toestand

- - - -

100
                                                                          91
                                       84
                                                                          81
                      72
                                          69
                                                     58
                        44
38
            42
28
                              12
                                                      7

- - - -

Het duurde niet lang, ik was er niet lang. Maar terwijl ik bittere zwarte koffie drink herken ik die geur van medicijnen in een walm van oude tabak en iets raakt me aan op die nog altijd snikkende plek en een wonde van twee jaar geleden springt open als een lijk en een lang begraven schaamte schreeuwt zijn smerige verterende verdriet uit.

Een kamer vol uitdrukkingsloze gezichten kijkt onbewogen toe hoe ik lijd, zo wezenloos dat er boos opzet achter moet schuilen.

Dokter Dit en Dokter Dat en Dokter Watist, die net langskwam en binnenwipte om me op zijn beurt lastig te vallen. Ik zit te gloeien in een hete tunnel van ontzetting, mijn vernedering is compleet als ik zonder enige aanleiding begin te beven en struikel over mijn woorden en niets te zeggen heb over mijn 'ziekte', wat hoe dan ook neerkomt op de wetenschap dat het allemaal niets uitmaakt omdat ik sowieso doodga. En de vleiende therapeutische stem van de rede, die me zegt dat er een objectieve realiteit bestaat waarin mijn lichaam en mijn geest één zijn, zorgt ervoor dat ik geen kant meer op kan. Maar ik ben hier niet en ben er ook nooit geweest. Dokter Dit schrijft het op en Dokter Dat geeft een meelevend gemompel ten beste. Ze kijken me aan en vellen een oordeel, ze ruiken de verlammende mislukking die uit mijn poriën sijpelt, ze voelen mijn wurgende wanhoop en de alles verterende paniek die me overspoelt als ik vol afgrijzen naar de wereld staar en me afvraag waarom iedereen glimlacht en me aankijkt alsof hij heimelijk op de hoogte is van mijn schrijnende schaamte.

Schaamte schaamte schaamte.
Verzopen in je verdomde schaamte.

        Ondoorgrondelijke dokters, verstandige dokters, excentrieke dokters, dokters
van wie je zou denken dat het patiënten waren als je niet een bewijs van het tegendeel had gekregen, allemaal stellen ze dezelfde vragen, leggen ze me woorden in de mond, willen ze aangeboren angst met scheikundige producten behandelen en blijven ze elkaar dekken tot ik op het punt sta te schreeuwen om jou, de enige dokter die me ooit spontaan aanraakte, die me in de ogen keek, lachte om mijn galgenhumor die ik met een kersverse grafstem debiteerde, die me plaagde toen ik mijn hoofd kaalschoor, die loog en zei dat hij het leuk vond om me te zien. Die loog. En zei dat hij het leuk vond om me te zien. Ik had vertrouwen in je, ik vond je aardig en wat me pijn doet is niet dat ik jou verlies, maar je schaamteloze, smerige leugens die voor een medisch verslag moeten doorgaan.

Jouw waarheid, jouw leugens, niet die van mij.

En terwijl ik geloofde dat jij anders was en misschien wel echt de wanhoop voelde die over je gezicht flitste en op het punt stond door te breken, dekte ook jij jezelf in. Zoals de eerste de beste stomme klootzak.

Voor mijn gevoel is dit verraad. En mijn gevoel is het onderwerp van deze
        verwarde stukjes.

Niets kan mijn woede blussen.

En niets kan mijn vertrouwen herstellen.

In zo'n wereld wil ik niet leven.

- - - -

Heb je plannen?

Een overdosis nemen, mijn polsen doorsnijden en me dan ophangen.

Allemaal tegelijk?

Dan kan het onmogelijk als een hulpkreet begrepen worden.

(Stilte.)

Het zou nooit lukken.

Natuurlijk zou het lukken.

Het zou niet lukken. Door de overdosis zou je je slaperig gaan voelen en niet de kracht hebben om je polsen door te snijden.

(Stilte.)

Ik zou op een stoel staan met een strop om mijn nek.

(Stilte.)

Denk je dat je jezelf kwaad zou kunnen doen als je alleen was?

Ik vrees van wel.

Kan dat een soort bescherming zijn?

Ja. Het is angst die me van de treinrails vandaan houdt. Ik hoop in godsnaam dat de dood het einde is. Ik voel me alsof ik tachtig ben. Ik ben het leven moe en mijn geest wil sterven.

Dat is een metafoor, het is niet echt zo.

Het is een vergelijking.

Het is niet echt zo.

Het is geen metafoor, het is een vergelijking, en zelfs als het er wel een was, nou, het typische kenmerk van een metafoor is dat hij echt is.

(Een lange stilte.)

Jij bent toch geen tachtig.

(Stilte.)

Nee toch?

(Een stilte.)

Nee toch?

(Een stilte.)

Of wel?

(Een lange stilte.)

Minacht jij alle ongelukkige mensen of vooral mij?

Ik minacht je niet. Het is niet jouw schuld. Je bent ziek.

Nee hoor.

Nee?

Nee. Ik ben depressief. Depressie is woede. Het gaat erom wat je deed, wie erbij was en wie je de schuld geeft.

En wie geef je de schuld?

Mezelf.

Inleiding en vertaling: Joris Iven

terug