Sarah Kane (1971-1999) startte haar carrière als toneelschrijftster op
bijzonder snelle en controversiële wijze. De opvoering van haar eerste
stuk, Blasted (Opgeblazen), leidde in 1995 tot een groot schandaal
in de Britse pers en het gevolg was dat de zalen zich vulden als nooit
tevoren. Blasted, een stuk dat barst van de wanhoop en het geweld
(verkrachting, moord, kannibalisme, oorlog) werd door Kane zelf omschreven
als 'quite a peaceful little play'. Dat beloofde wat voor de
toekomst. Haar tweede stuk, Phaedra's Love (De liefde van
Phaedra), opgevoerd in 1996, is een navertelling van de Griekse mythe,
die bij Kane toch nog een stuk bloederiger eindigt dan in het origineel
van Seneca. Cleansed (Genezen), haar stuk uit 1998, speelt in
een ziekenhuis waar een psychiater zich als een beul gedraagt tegenover
zijn patiënten, die uit pure wanhoop op zoek zijn naar liefde. Het geweld
waarmee de psychiater de liefde van zijn patiënten test is onvoorstelbaar
en weerzinwekkend: ledematen worden afgehakt, de huid gestroopt,
geslachtsdelen afgesneden enz. Ook in 1998 verschijnt het stuk Crave
(Hunkeren), ditmaal onder een pseudoniem om het stuk niet te belasten
met haar naam. Hierin vertellen vier mensen, A, B, M en C, elkaar verhalen
die zich zo met elkaar vervlechten dat ze uiteindelijk één schreeuw om
liefde worden, liefde die niet wordt gegeven, niet wordt beantwoord. In
4.48. Psychosis (Psychose om 4.48 uur), een stuk dat postuum werd
opgevoerd in 2000, is de vrouwelijke hoofdpersoon opgenomen in een
psychiatrisch ziekenhuis en vecht tegen de demonen van haar ziekte tot ze
zich aan hen overgeeft. Ze schreef het stuk in de herfst van 1998 en de
winter van 1998-1999. In werkelijkheid pleegde Sarah Kane zelfmoord op
20 februari 1999, toen ze net achtentwintig was geworden, door zich aan
haar schoenveters op te hangen in de wc van het ziekenhuis waar ze was
opgenomen na een eerdere zelfmoordpoging. Sarah Kane leed aan zware
depressies. Maar Kane is een groot toneelauteur en -regisseur geworden
in haar korte leven. In de inleiding die David Greig schreef bij haar
verzameld werk worden lijnen getrokken tussen haar werk en dat van
Shakespeare, Büchner (van wie ze het stuk Woyzeck regisseerde in
1997), Beckett, Bond en Barker. Wat Kanes stukken onvergetelijk maakt zijn
de explosieve theatraliteit, de uitgesproken lyriek, de emotionele kracht
en de sombere, akelige humor. Wat de toeschouwer/lezer evenmin loslaat
zijn de waanzinnige achtergrond van geweld, eenzaamheid, kracht, mentale
instorting en de alles overweldigende hunkering naar liefde. Wat Sarah
Kane echt bijzonder maakt zijn de totaal vernieuwende impulsen die ze aan
het theater gaf door de roekeloosheid waarmee ze inbeukte op de
naturalistische grenzen van het genre.
(Een heel lange stilte.)
Maar je hebt vrienden.
(Een lange stilte.)
Je hebt veel vrienden.
Wat geef je je vrienden dat ze je zo steunen?
(Een lange stilte.)
Wat geef je?
(Stilte.)
- - - -
een evenwichtig bewustzijn verblijft in een verduisterde banketzaal
dicht bij het plafond van een geest waarvan de vloer omhoogschiet als
tienduizend kakkerlakken wanneer er een lichtstraal binnenvalt op het
moment dat alle gedachten even een harmonieus geheel vormen dat niet
langer verstoot aangezien de kakkerlakken een waarheid bevatten die
niemand ooit zal uiten
Ik beleefde een nacht waarin alles mij werd
geopenbaard. Hoe kan ik weer spreken?
de gebroken hermafrodiet die erop vertrouwde alleen te zijn treft in
werkelijkheid een overvolle kamer aan en smeekt nooit meer uit de
nachtmerrie te ontwaken
en ze waren er allemaal zonder één enkele
uitzondering en ze kenden mijn naam toen ik me als een tor
wegscheerde langs de rug van hun stoel
Herinner je het licht en geloof in het licht
Een moment van helderheid vóór de eeuwige nacht
zorg dat ik het niet vergeet
- - - -
Ik ben bedroefd
Ik voel dat de toekomst hopeloos is en dat de zaken er niet beter op
zullen worden
Ik vind alles vervelend en onbevredigend
Ik ben een totale mislukkeling
Ik ben schuldig, ik word gestraft
Ik zou mezelf van kant willen maken
Ik kon huilen vroeger, maar nu heb ik geen tranen meer
Ik heb geen belangstelling meer voor andere mensen
Ik kan geen beslissingen nemen
Ik kan niet eten
Ik kan niet slapen
Ik kan niet nadenken
Ik kan mijn eenzaamheid, mijn angst, mijn walging niet te boven komen
Ik ben dik
Ik kan niet schrijven
Ik kan niet liefhebben
Mijn broer is stervende, mijn geliefde is stervende, ik maak ze allebei
dood
Ik storm af op mijn dood
Ik ben doodsbang voor medicatie
Ik kan niet vrijen
Ik kan niet neuken
Ik kan niet alleen zijn
Ik kan niet met anderen samen zijn
Mijn heupen zijn te breed
Ik heb een afkeer van mijn genitaliën
Als om 4.48 uur de wanhoop me overvalt hang ik me op terwijl
ik mijn geliefde hoor ademhalen
Ik wil niet sterven
Ik ben zó depressief geworden van het feit dat ik sterfelijk ben dat ik
besloten heb zelfmoord te plegen
Ik wil niet leven
Ik ben jaloers op mijn slapende geliefde en smacht naar zijn kunstmatig
opgewekte bewusteloosheid
Als hij wakker wordt zal hij me benijden om mijn slapeloze nacht vol
gedachten en opmerkingen die niet zijn afgestompt door medicijnen.
Ik heb me erbij neergelegd dat ik dit jaar doodga
Sommigen zullen dit gemakzucht noemen (ze boffen dat ze het niet
hebben meegemaakt) Sommigen zullen het simpele feit van de pijn kennen
Dit wordt geleidelijk aan mijn normale toestand
- - - -
100 91 84 81 72 69 58 44 38 42 28 12 7
- - - -
Het duurde niet lang, ik was er niet lang. Maar terwijl ik bittere
zwarte koffie drink herken ik die geur van medicijnen in een walm van oude
tabak en iets raakt me aan op die nog altijd snikkende plek en een wonde
van twee jaar geleden springt open als een lijk en een lang begraven
schaamte schreeuwt zijn smerige verterende verdriet uit.
Een kamer vol uitdrukkingsloze gezichten kijkt onbewogen toe hoe ik
lijd, zo wezenloos dat er boos opzet achter moet schuilen.
Dokter Dit en Dokter Dat en Dokter Watist, die net langskwam en
binnenwipte om me op zijn beurt lastig te vallen. Ik zit te gloeien in een
hete tunnel van ontzetting, mijn vernedering is compleet als ik zonder
enige aanleiding begin te beven en struikel over mijn woorden en niets te
zeggen heb over mijn 'ziekte', wat hoe dan ook neerkomt op de wetenschap
dat het allemaal niets uitmaakt omdat ik sowieso doodga. En de vleiende
therapeutische stem van de rede, die me zegt dat er een objectieve
realiteit bestaat waarin mijn lichaam en mijn geest één zijn, zorgt ervoor
dat ik geen kant meer op kan. Maar ik ben hier niet en ben er ook nooit
geweest. Dokter Dit schrijft het op en Dokter Dat geeft een meelevend
gemompel ten beste. Ze kijken me aan en vellen een oordeel, ze ruiken de
verlammende mislukking die uit mijn poriën sijpelt, ze voelen mijn
wurgende wanhoop en de alles verterende paniek die me overspoelt als ik
vol afgrijzen naar de wereld staar en me afvraag waarom iedereen glimlacht
en me aankijkt alsof hij heimelijk op de hoogte is van mijn schrijnende
schaamte.
Schaamte schaamte schaamte. Verzopen in je verdomde
schaamte.
Ondoorgrondelijke
dokters, verstandige dokters, excentrieke dokters, dokters van wie je
zou denken dat het patiënten waren als je niet een bewijs van het
tegendeel had gekregen, allemaal stellen ze dezelfde vragen, leggen ze me
woorden in de mond, willen ze aangeboren angst met scheikundige producten
behandelen en blijven ze elkaar dekken tot ik op het punt sta te
schreeuwen om jou, de enige dokter die me ooit spontaan aanraakte, die me
in de ogen keek, lachte om mijn galgenhumor die ik met een kersverse
grafstem debiteerde, die me plaagde toen ik mijn hoofd kaalschoor, die
loog en zei dat hij het leuk vond om me te zien. Die loog. En zei dat hij
het leuk vond om me te zien. Ik had vertrouwen in je, ik vond je aardig en
wat me pijn doet is niet dat ik jou verlies, maar je schaamteloze, smerige
leugens die voor een medisch verslag moeten doorgaan.
Jouw waarheid, jouw leugens, niet die van mij.
En terwijl ik geloofde dat jij anders was en misschien wel echt de
wanhoop voelde die over je gezicht flitste en op het punt stond door te
breken, dekte ook jij jezelf in. Zoals de eerste de beste stomme klootzak.
Voor mijn gevoel is dit verraad. En mijn gevoel is het onderwerp van
deze verwarde stukjes.
Niets kan mijn woede blussen.
En niets kan mijn vertrouwen herstellen.
In zo'n wereld wil ik niet leven.
- - - -
Heb je plannen?
Een overdosis nemen, mijn polsen doorsnijden en me dan ophangen.
Allemaal tegelijk?
Dan kan het onmogelijk als een hulpkreet begrepen worden.
(Stilte.)
Het zou nooit lukken.
Natuurlijk zou het lukken.
Het zou niet lukken. Door de overdosis zou je je slaperig gaan voelen
en niet de kracht hebben om je polsen door te snijden.
(Stilte.)
Ik zou op een stoel staan met een strop om mijn nek.
(Stilte.)
Denk je dat je jezelf kwaad zou kunnen doen als je alleen was?
Ik vrees van wel.
Kan dat een soort bescherming zijn?
Ja. Het is angst die me van de treinrails vandaan houdt. Ik hoop in
godsnaam dat de dood het einde is. Ik voel me alsof ik tachtig ben. Ik ben
het leven moe en mijn geest wil sterven.
Dat is een metafoor, het is niet echt zo.
Het is een vergelijking.
Het is niet echt zo.
Het is geen metafoor, het is een vergelijking, en zelfs als het er wel
een was, nou, het typische kenmerk van een metafoor is dat hij echt is.
(Een lange stilte.)
Jij bent toch geen tachtig.
(Stilte.)
Nee toch?
(Een stilte.)
Nee toch?
(Een stilte.)
Of wel?
(Een lange stilte.)
Minacht jij alle ongelukkige mensen of vooral mij?
Ik minacht je niet. Het is niet jouw schuld. Je bent ziek.
Nee hoor.
Nee?
Nee. Ik ben depressief. Depressie is woede. Het gaat erom wat je deed,
wie erbij was en wie je de schuld geeft.