Patrick ALLEGAERT (°1954) studeerde pedagogische wetenschappen, criminologie en filosofie. Is als
wetenschappelijk medewerker en als verantwoordelijke communicatie
verbonden aan het Museum Dr. Guislain in Gent. Hij is voorzitter van de
commissie podiumkunsten en de beoordelingscommissie Nederlandstalige
dramatische kunst. Hij is als docent verbonden aan hogescholen in Brussel
en Kortrijk, waar hij cultuur- en jeugdbeleid en cultuurfilosofie doceert.
Paul CRUYSBERGHS (°1944) is als gewoon hoogleraar verbonden aan het Hoger Instituut voor
Wijsbegeerte van de K.U.Leuven. Hij doceert er wijsgerige antropologie en
is voorzitter van het Centrum voor Cultuur en Filosofie. Hij publiceert
over antropologische, ethische en artistieke thema's, meer bepaald in het
Duits Idealisme en bij Kierkegaard.
Lars BERNAERTS (°1980) studeerde Germaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Hij
volgt de interuniversitaire specialisatieopleiding literatuurwetenschap en
schrijft daarvoor een scriptie over literatuur en waanzin.
Riet DE JONG-GOOSSENS (°1937) studeerde Frans en ALW aan de KUN (Nijmegen) en Afrikaanse letterkunde
als bijvak aan de UVA (Amsterdam). Ze woont en werkt in Nijmegen. Van haar
hand verschenen talrijke vertalingen uit het Afrikaans.
Katelijne DE VUYST (°1958) vertaalt fictie, non-fictie en poëzie voor diverse uitgevers en
tijdschriften. Ze vertaalde de 'Brief aan een verre vriend' van
Cioran, romans van Virginie Despentes en Paul Smaïl, gedichten van onder
anderen Jorge Luis Borges, Eilean Ní Chuillenaín, Seamus Heaney, Andrew
Motion en Dylan Thomas. Ze is medewerker van de Poëziekrant. Eind
2001 verscheen haar vertaling Kreupel Hart, gedichten van Anne
Sexton, en onlangs Wat meer is, de maan, gedichten van Mina Loy,
beide bij Wagner & Van Santen. In 2003 verscheen bij Meulenhoff ook
haar vertaling van Tigre en papier van Olivier Rolin (samen met
Hilde Keteleer).
Doke DILEN (°1955) woont tien jaar in Leuven-centrum. Vrij kritisch ingestelde
self-made-man: slechts tot zijn veertiende school gelopen. Angsthaas
eerste klas. Plus- én minpunt: meer dan 20 jaar ervaring in psychiatrische
kringen. Over en vanuit psychiatrie twee dichtbundels gepubliceerd en drie
- nog onuitgegeven - boeken geschreven. Heeft talloze sketches, o.a. over
psychiatrie, in de la liggen. (Contact via P.B. 230, 3000 Leuven 2, of via
e-mail: doke_dilen@hotmail.com)
Veronica HEMMERECHTS (°1953) volgde een opleiding als apothekeres. Sinds 1978 is zij in
psychiatrische behandeling. Zij woont in Elsene.
Stefan HERTMANS (°1951) publiceerde romans, verhalenbundels, essayboeken en een tiental bundels
poëzie. Voor Muziek voor de overtocht werd hem in 1995 de Prijs van
de Vlaamse Gemeenschap voor poëzie toegekend, alsook de Paul Snoek-prijs
1996. Zijn recentste bundel, Goya als hond (1999), werd in 2002
bekroond met de vierjaarlijkse Maurice Gilliamsprijs.
Joris IVEN (°1954) publiceerde drie dichtbundels, Galerie de Taxus (Manteau, 1987),
Egyptisch zwart (Leuvense Schrijversaktie, 1993) en
Perkament/Testament (Uitgeverij P, 2001). Vertaalde samen met
Perihan Eydemir de Turkse dichter Nâzim Hikmet, De mooiste van
Hikmet (Lannoo/Atlas, 2003). Het toneelstuk De plicht van
Pakowski werd gepubliceerd in 1991.
Hilde KETELEER (°1955) is vertaalster, journaliste, dichteres. Recente romanvertalingen:
Papieren tijger van Olivier Rolin, met Katelijne De Vuyst, 2003,
Meulenhoff, en De laatsten van Katja Lange-Müller, met Els Snick,
2004, Wereldbibliotheek. In 2001 verscheen Al wat winter is en
waar, haar poëziedebuut, en in 2003 de tweetalige dubbele bundel
Twee vrouwen van twee kanten / Entre-deux, met de Franstalig
Belgische Caroline Lamarche. Een nieuwe dichtbundel verschijnt in de lente
van 2004 bij de Wereldbibliotheek.
Caroline LAMARCHE (°1955 ) schreef poëzie (met Hilde Keteleer, Twee vrouwen van twee
kanten/Entre-deux, Le Fram, 2003), verhalen, radiohoorspelen, een
theaterstuk en vier romans, waaronder Le jour du chien (Minuit,
1996, Prix Rossel), Lettres du pays froid (Gallimard, 2003) en
Carnets d'une soumise de province (Gallimard, 2004)
Katja LANGE-MÜLLER (°1951 in Oost-Berlijn, DDR) is van opleiding drukker. Ze werkte zes jaar als verpleegster in een
gesloten psychiatrische vrouweninstelling. Daarna legde ze zich op
literatuur toe; ze studeerde aan het Instituut voor Literatuur in Leipzig
en doceert als gastprofessor. Haar eerste boek verscheen in 1986. Haar
werk werd al meermaals met prestigieuze prijzen bekroond. Ze is lid van de
Duitse Academie voor Taal en Literatuur in Darmstadt. In 2003 verscheen
haar jongste boek, Die Enten, die Frauen und die Wahrheit.
Kris LAUWEREYS (°1972) is vertaler-germanist en assistent aan de Ecole d'Interprètes
Internationaux van Bergen. Recent vertaalde hij Felix Hartlaub en Gaétan
Soucy.
Jürgen PIETERS (°1969) is als docent verbonden aan de vakgroep Nederlandse Literatuur en
Algemene Literatuurwetenschap van de Universiteit Gent. Hij is redacteur
van Feit en Fictie en stelde onlangs samen met Rokus Hofstede een
bundel samen over de praktijk van de literatuurhistoricus als een
conversatie met de doden (Historische Uitgeverij).
Els SNICK (°1966) studeerde Germaanse filologie in Gent. Ze is verbonden aan de vakgroep
Duits van het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent, vertaalt
cultuurhistorische en literaire teksten uit het Duits en is medewerker in
het museum Dr. Guislain voor de geschiedenis van de psychiatrie in Gent.
Felix SPERANS (°1944) studeerde aan het Koninklijk Atheneum van Leuven. Tot 1980 werkte hij
als verzekeringsinspecteur bij de toenmalige Assurantie van de Belgische
Boerenbond, nu KBC. Sinds 1980 is hij invalide verklaard en schreef hij
een tiental boeken. Hij schildert ook, maar alleen abstract, en heeft
intussen al een twintigtal tentoonstellingen achter de rug. Hij is voorts
ook voorzitter van de vzw Psychiatrisme, een vereniging die zich inzet
voor psychiatrische patiënten en die hij in 1999 zelf stichtte, samen met
Doke Dilen, die ook in dit nummer publiceert.
Kamiel VANHOLE (°1954) debuteerde in 1990 met de reisverhalenbundel Een demon in
Brussel. Sindsdien schreef hij drie romans, een novelle (samen met
Koen Peeters) en een zestal theaterstukken, waaronder De
hartstreek, dat in 1997 geselecteerd werd voor het Theaterfestival.
Zijn jongste boek, O Heer, waar zijn uw zijstraten? (Meulenhoff,
2002), is een bitterzoete picareske roman over een sans-papiers uit
Madagascar.
Christophe VEKEMAN (°1972) debuteerde in 1999 met Alle mussen zullen sterven. In 2001
volgde de roman Iedereen kan het, en in 2002 verscheen de
verhalenbundel Wees maar niet bang. Al zijn boeken verschenen bij
De Arbeiderspers. Voorts is hij onder meer columnist voor De Morgen.
Dirk VERBRUGGEN (°1951) is germanist en leraar Nederlands. Debuteerde als dichter in 1979; in
1995 verscheen de verzamelbundel Mag ik het even laten sneeuwen.
Schreef zes romans, waaronder De liefdeseter (1993), Mijnheer en
het meisje (1995), De zomer van Winona (1999) en De
dagbewaarder (2003). Schreef daarnaast ook essays en verhalen voor
enkele verzamelbundels en voor de tijdschriften Gierik/Nieuw Vlaams
Tijdschrift, De brakke hond en Deus ex Machina.
Koen VERMEIR (°1977) studeerde fysica, filosofie en wetenschapsgeschiedenis in Leuven,
Utrecht en Cambridge. Hij publiceerde over esthetica en
wetenschapsgeschiedenis en werkt op dit ogenblik aan een project over de
interactie tussen magie, wetenschap en cultuur. Hij is als onderzoeker van
het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) verbonden aan het Hoger
Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven, en de hier opgenomen tekst is tot
stand gekomen met de steun van het FWO.
Rogi WIEG (°1962) is dichter, schrijver, schilder, tekenaar en muzikant. In Psy,
een vakblad voor psychologen en psychiaters, schrijft hij een keer in de
twee maanden een column. Verder is hij vaste medewerker van het weekblad
Vrij Nederland. Zijn roman Kameraad scheermes verscheen
begin 2003 en gaat over de lijdensweg van iemand die lange tijd op de rand
van het bestaan balanceert. Suïcidepogingen, gedrag van patiënten,
medische successen en missers worden haarscherp uitgebeeld. Met deze roman
brak Wieg door naar een groot publiek. In maart 2004 verschijnt De
Ander, Wiegs nieuwe poëziebundel met 39 nieuwe gedichten en negen
schilderijen van zijn hand. Tevens zal hij vanaf dit jaar met
verschillende nieuwe werken exposeren in musea en galeries.